zondag 23 november 2025

Frans Boury (1935 - 2021) en Bernard Defever (1942 - 2025): het geducht aanvallersduo van S.V Wevelgem dat bijna voor Club Brugge voetbalde ...

 

Frans Boury (1935 - 2021) en Bernard Defever (1942 - 2025)

Ik ontmoette Frans Boury de eerste keer in 1962, schat ik, op achtjarige leeftijd toen ik in het tweede leerjaar bij meester Paul Duhamel moest beginnen brillen.

Dat was na een bezoek aan "ogemeester" Debacker in de Sint-Joriskliniek in Menen. Mijn linkeroog was een lui oog, amblyopie in officiële medische termen, dat moest geactiveerd worden door het rechterbrilglas af te dekken.

Met het afgedekte goede oog moest ik met het slechte oog zo veel mogelijk proberen te "prikken", iets dat we als kleuter in het bewaarklasje dikwijls deden, een figuurtje op papier uitprikken met een naaldje op een matje.

Ik hield dat niet vol want ik vond dat prikken belachelijk op achtjarige leeftijd en bovendien zag ik geen steek voor mijn oog. Het gevolg was en is dat ik nu nog steeds met een "oeil paresseux" zit.

Vanaf het brilmoment hoorde ik dikwijls "brilkasse" roepen op de speelplaats. Ik hield er geen jeugdtrauma aan over.

Tot aan de verhuis naar Frankrijk in 2015 heb ik altijd mijn brillen gekocht bij optiek Boury, dat moeten er ongeveer tussen 15 en 20 zijn in een halve eeuw.

Toen ik later de matchen van SV Wevelgem ging bekijken, met bril en met één goed oog, stelde ik vast dat Frans, mijn optieker met wie het altijd aangenaam was een praatje te slaan, er een excellente voorspeler was.

Frans was ook klant bij mijn vader. We brilden bijna allemaal thuis en het ene plezier was het andere waard, middenstanders onder mekaar. Frans kocht zo goed als zeker ook brood bij ander bakkers, die toch ook af en toe een bril op de neus moesten zetten. De buur van Frans in de Nieuwstraat was bovendien een bakker, André Vanlede, de broer van Georges Vanlede op de Wijnberghoek.

Als klein ventje had ik een aanleg om nogal plots fan te worden van iets of iemand, op het idolate, dweperige af. En dat is nog altijd een beetje zo. Ik heb het voor iets/iemand of niet. Als ik het heb, is het ook à fond.

Dat kon zowel te maken hebben met sport als met muziek en literatuur.

Zelf was ik ook graag een topvoetballer, -renner, -gitarist en -schrijver geworden. Het is er niet van gekomen. Ondertussen koester ik mijn herinneringen aan de vroegere idolen, ze passen perfect in mijn gedenkschriften.

Ik vind het bovendien leuk om te grasduinen in hun verleden, als het kan, ook ten gronde.

In de jaren zestig was ik fan van Bernard Defever, een aanvaller bij SV Wevelgem, een linksbuiten. Hij was de Wilfried Puis van Wevelgem.

Verschillende seizoenen miste ik geen enkele thuismatch, de verplaatsing naar SV Moorsele maakte ik ook mee.

Frans Boury was een clubspeler bij uitstek.

Gedurende zijn voetballoopbaan kende hij slechts één club: SV Wevelgem.

Hij debuteerde op twaalfjarige leeftijd bij de kadetten.

Zonder twijfel was hij de snelste spits die de vlassers ooit in hun rangen telden. Niemand ook speelde langer aan één stuk voor de Wevelgemse fanion. Vijfhonderd wedstrijden is niet niks.

Hij bedankte voor een transfer naar Club Brugge en bleef voetballen voor SV Wevelgem.

Frans Boury debuteerde als zeventienjarige, als scholier, in de eerste ploeg, dat was in september 1952. Wevelgem speelde toen in bevordering tegen Kortrijk Sport en SV Waregem.

Zijn eerste jaar degradeerde Wevelgem en er volgden dertien seizoenen eerste provinciale. In 1966-1967 werd Wevelgem kampioen met tien punten voorsprong op Steenbrugge. Het dreamteam van toen: Hoorens, Vanhalst, Vanhaverbeke, Baekelandt, Vanhoutte, Declerck, Dewachter, Vanloosveldt, Bernard Defever, Edgard Verscheuren en Frans Boury.

Terug in bevordering was Frans er al 32 en hij vond dat de tijd van gaan stilaan gekomen was. Als het echter nodig was, kon men nog beroep doen op hem.

Na een nieuwe nederlaag tegen Deinze was het zo ver. Frans deed zijn heroptreden met de eerste ploeg op Grimbergen, waar 2-2 gelijk werd gespeeld. Vlak voor affluiten is hij te impulsief, loopt in volle snelheid achter een doorsteekpas aan. Een verdediger blokkeert de bal en Frans wil toch nog shotten ... iedereen op het veld hoort het gekraak: een dubbele beenbreuk, een maand in het ziekenhuis te Grimbergen en acht maanden gips. Een afscheid dat niemand wil meemaken.

In tegenstelling tot Frans Boury voetbalde Bernard Defever wel voor meerdere clubs.

Bernard startte zijn voetballoopbaan bij Racing Lauwe in 4de provinciale en speelde er als kadet.

Na 1 jaar werd hij getransfereerd naar S.V. Wevelgem en speelde er bij de provinciale scholieren.

Scholier bij S.V. Wevelgem

Op 16-jarige leeftijd speelt hij opnieuw bij Racing Lauwe, inmiddels naar 3de provinciale gepromoveerd, en dan nog liefst in de fanionploeg.

Racing Lauwe - seizoen 1957-58

Staande vlnr: Pynnoo, Werbrouck, Michel Dupont, Michel Buyssens, Aimé Huyse, Leon Holvoet, Ermé Buyssens, Noël Carpentier, Andre Coeman, Antoine Cossyns, Raffaël Huyse

Gehurkt vlnr: Walter Chambaere, Willy Vermaut, Bernard Defever, Andre Catry, Lionel Sintobin

(bron: Racing Lauwe)

Walter Chambaere (gehurkt links) werd later onderwijzer in de Kweekstraat te Wevelgem.

Op zijn 17de wordt hij alweer getransfereerd, naar ... S.V. Wevelgem!

In het eerste elftal slaat hij er gensters, samen met o.a. Eric Daels (speelde van 1960 tot 1965 bij Cercle Brugge en van 1966 tot 1969 bij W.S. Lauwe)  en wordt opgemerkt en gepolst voor een eventuele overgang naar Club Brugge en Gantoise.

SV Wevelgem 1959

Staand vlnr: Eugène Vanneste (uitbater De Grenadier), Noël Dalewyn, Willy Baeckelandt, Raf Vanhaverbeke, Hubert Baeckelandt, x, Wullaert, Sylvère Devos, x, Kamiel Deschamps

Gehurkt vlnr: x, Jacques Delrue, Bernard Defever, Eric Daels, Jeroom Holvoet, Frans Boury, Pol Vanneste (zoon van Eugène)

Bernard komt echter in 1964 bij A.S. Oostende terecht en speelt er twee sezoenen in het eerste elftal.

AS Oostende - seizoen 1964-65 - tweede afdeling.

Staand vlnr: Raphael Delrue, Roland Muyle, Léopold Vrancken, Frans Cuyvers, Hugo Deprez en Kamiel Victor.

Gehurkt vlnr: Bernard Defever, Arthur Mariën, Albert Verschelde, Jose Casseyas en Bernard Timmerman

In 1966 speelt hij opnieuw voor SV Wevelgem en wordt er kampioen in 1967 met Verhelle als trainer.


1967 - Ontvangst op het gemeentehuis

In 1970 vertrekt Bernard Defever naar White Star Lauwe.


White Star Lauwe

Staand v.l.n.r. John Dujardin, Jean-Pierre Dujardin, Arnold Lagast, Eric Lambert, Milo Baeckelandt, Jacques Louage, Georges Demeyere (verzorger).

Hurkend v.l.n.r. Etienne Vandierendonck, Jean-Claude Declercq, Bernard Defever, Julien Leuwers, Léon Baeckelandt.

Later wordt Bernard jeugdtrainer van de provinciale miniemen en kadetten.

Na het volgen van de  trainersschool te Roeselare (1 jaar) wordt hij trainer-speler bij Kuurne en Marke.

FC Marke

Hij traint ook de damesploeg van Kuurne, waar zijn twee dochters beginnen te voetballen.

Damesploeg Kuurne

In het tweede jaar spelen ze kampioen en promoveren ze naar de hoogste afdeling met matchen op Standard Luik en Herk De Stad.

Hij traint ook nog de junioren van Gullegem en tot zijn 50ste voetbalt hij bij caféploeg De Vaze te Wevelgem.

Tenslotte nog enkele krantenknipsels en foto's van ploegopstellingen waarop zowel Frans als Bernard te zien zijn.










Avondmatch op AA Gent, met kunstlicht, naar aanleiding van de transfer van trainer Firmin Decoster van AA Gent naar SV Wevelgem -  Frans Boury boven tweede van rechts en Bernard Defever onder tweede van links.

Ik wil ook ode brengen aan de vele ploegmaten van toen: Willy Hoorens, Claude Vanhalst, Noël Vanhaverbeke Marc Vanhoutte, Willy Dewachter, Edgard Verscheuren, Willy Baekelandt, Etienne Donckels, Willy Vanloosveldt, doelman Wouters, Eric Daels, ...







zaterdag 24 mei 2025

Reünie oud-leerlingen en oud-leerkrachten Sint-Pauluscollege op 15 februari 2025

 

Ik ben een nostalgicus en koester graag de herinneringen uit vervlogen tijden, zeker ook deze verbonden met mijn collegejaren in het Sint-Pauluscollege te Wevelgem (1967-1970).

Aan de reünie in februari l2025 van de oud-leerlingen en oud-leerkrachten van het SPWe kon ik dus moeilijk weerstaan.

Op de reünie zie ik vijf klasgenoten van de zesde Latijnse terug.

We laten ons vereeuwigen, op de foto v.l.n.r.: Rik Devriendt (later leraar wiskunde in het SPWe), Carl Scherpereel, Hendrik “Rick” Poelman, Geert Lietaer, Arnold Seynnaeve en José Debel (met wie ik later in de Wevelgemse gemeenteraad zou zetelen).

Drie van de zes zijn bakkerszonen. Rik uit Gullegem, Carl uit Lauwe en ik van de Wevelgemse Wijnberghoek.

De leraars eten graag een vieruurtje op het college en de Wevelgemse bakkerszonen hebben een beurtrol. Als het vaders week is lever ik 's middags 3 à 4 broden per dag, dat is veel vind ik maar goed voor de commerce.

De zesde Latijnse … elk lesuur Latijn worden de Latijnse woordjes erin gehamerd en overhoord, “pennen neer, briefjes op de hoek van de bank en doorgeven” horen we leraar Guido Vandenberghe telkens zeggen.

Tien op tien voor de woordjes betekent een groene duimspijker naast je naam op een bord, een nul betekent een zwarte. Motiveren heet dat.

Wiskunde krijgen we van Raymond Bonte. In 1968 zijn we het laatste jaar van de klassieke wiskunde. Toch mogen we al even proeven van de "moderne" wiskunde en de Venn diagrammen. Dat is geen wiskunde meer in mijn ogen en zo leer je zeker niet rekenen, vind ik.

Leraar Erik Monteyne is een groot vernieuwer op vlak van proefwerken. Hij organiseert het examen aardrijkskunde met open boek en in groep! Later nooit meer meegemaakt, jammer.

We maken nog de tijd mee dat we op woensdagnamiddag (sport en studie) en zaterdagvoormiddag (vier lesuren) naar school moeten. Ook bestaat nog iets als avondstudie, tot ongeveer 19 uur.

Een zeldzame keer moet de studie niet gevolgd worden door fietsers die op meer dan 1 km van het college wonen, namelijk als het op de donkere herfst- of winterdagen zeer mistig is.

Het collegesecretariaat heeft verder goeie connecties met eierkoekenfabrikant Decreton uit de Goudbergstraat in Wevelgem. Vóór de avondstudie kunnen we eierkoeken kopen, later komen daar ook nog snoepgoed en limonade bij.

De kans bestaat nog niet dat we zullen "toevetten", we zijn net nog genoeg in beweging en de fiets is het middel om overal naartoe te "gaan".

We maken ook de jaarlijkse legendarische kaartenverkoop mee voor de manillen-prijskaarting.

De kaartenverkoop per klas wordt in beeld gebracht met vliegtuigjes die op een touwtje - een soort guirlande -  in de lucht hangen en vooruit schrijden naargelang de kaartenverkoop. De klas met het vliegtuigje dat het verst geraakt wint een prijs. Dat is goed gevonden van André Huys.

Evenzeer heb ik zeer mooie herinneringen aan de boekenbeurs, jaarlijks georganiseerd in november.

In het laatste jaar van het college, de vierde Latijn-Wiskunde (1969-1970), krijgen we Roger Duhamel als klastitularis, de broer van Paul, mijn meester van het tweede leerjaar.

Roger heeft een natuurlijk gezag en geeft geschiedenis en Nederlands.

Priester-leraar Alfons Bouckaert is onze leraar Latijn in de vierdes. Door weer en wind komt hij telkens van Menen gefietst om ons te onderwijzen in de taal van Caesar.

Als zijn schoenen doordrenkt zijn van de regen, loopt hij op zijn sokken rond, Latijnse schrijvers debiterend.

In 1970 maak ik de stap naar het Sint-Aloysiuscollege te Menen met zeer goede herinneringen aan het SPWe.

Bedankt SPWe voor dit mooi reünie-initiatief!

woensdag 16 oktober 2024

Kortrijkse c(r)ultuur uit Brugge


Dit monumentaal glasraam van 5 op 3 meter, kan je bewonderen in een gebouw waar je niet binnenstapt als je er niet moet zijn.

Als je er wel aanwezig moet zijn, heb je waarschijnlijk te veel andere zaken om het hoofd en valt het je daarom niet onmiddellijk op.

Dit kunstwerk bevindt zich in het Oud Gerechtshof gelegen in de Burgemeester Nolfstraat te Kortrijk. Het Oud Gerechtshof is eigendom van de Regie der Gebouwen.


Het Oud Gerechtshof is gebouwd in 1958 in neoclassicistische stijl, volgens het ontwerp van ingenieur-architect J. Verbeke en architect E. De Schrijver in samenwerking met beeldhouwers Alfred Courtens en Alphonse De Wispelaere ter vervanging van het justitiepaleis van 1875. Op woensdag 21 december 1938 werd het gebouw geteisterd door een brand en in 1946 brandde het volledig af.

In 1957 schreef de provincie West-Vlaanderen een wedstrijd uit voor het maken van een brandglasraam voor het nieuw gerechtshof te Kortrijk. Daniël Crul behaalde de eerste prijs en mocht zijn bekroonde ontwerptekening op werkelijke grootte uitvoeren.


Daniël Crul, geboren te Brugge op 24 april 1928, begon in 1955 met een eigen glasramenatelier en een restauratieatelier voor schilderijen. 

Hij restaureerde o.a. schilderijen uit de tijd van aartshertogen Albrecht en Isabelle, die bewaard worden in de Heilig Kerstkerk te Gent.

In 1993 werd hem de cultuurprijs Gouden Feniks toegekend. Daniël Crul overlijdt op 6 september 2003.

Tijdens het uitvoeren van de opdracht deed hij beroep op zijn 8 jaar jongere broer Antoine, die het voorontwerp en vele uitvoeringswerken voor zijn rekening nam. Ere wie ere toekomt.

Het voorontwerp stelt een rechterfiguur voor, met de attributen zwaard, weegschaal en vuur.

Vermoedelijk hebben de gebroeders Crul zich, bij het maken van die weloverwogen compositie met strenge stilering van de rijzige figuur, deels laten beïnvloeden door het karakter van de oudste tot nu toe gekende brandglasramen, uit de kathedraal van de Duitse stad Augsburg.

Kenners zien, qua primitieve beeltenis en lijnvoering, ook enige gelijkenis met de Karolingische en Ottoonse email cloisonné.

In de 12de, 13de en 14de eeuw stond de techniek van het mondgeblazen glas nog in zijn kinderschoenen, wel qua kleurenpalet maar niet op het gebied van de hedendaagse formaten.

Daardoor zien we in menig kerkglasraam of historisch gebouw kleine schitterende glasstukjes.

Ook in het monumentale glasraam in het Oud Gerechtshof hebben Daniël en Antoine een bijna identieke glas- en beschilderingstechniek bewust toegepast, in de vele kleine en middelgrote kleurpartijen.

Enige symboliek is ook treffend in dit glasraam.

Als contrast met de strakke opbouwlijnen en de dominerende verticale loodlijnen van de figuur, ziet men op de achtergrond de meer organische en speelsere vorm van de opstijgende vlammenzee.

Deze rood en oranje kleurpartij van het vuur symboliseert het vernietigen van het kwade en het slechte gedrag "des mensen", door de rechterlijke uitspraak, het zwaard en de weegschaal.

In deze vlammenzee ontwaart men kleine eivormige blanke stukjes beschilderd glas, die verwijzen naar ietwat angstige blikken van de gestrafte of veroordeelde mens, die oplost in het "niets".

De technische uitvoering, zoals het doortekenen en snijden van de kalibers (patronen), het Duits mondgeblazen antiek glas, het brandschilderen, het bakken in de oven en het in lood zetten werd door de broers in het atelier te Brugge uitgevoerd. De plaatsing in het gerechtsgebouw gebeurde ook door hen.

Daniël Crul voerde ook een opdracht (glasramen) uit in het klooster van de dienstmaagden van de Zaligmaker in de Steenstraat te Heule.

Antoine Crul, in 1936 te Brugge geboren, werd net als zijn oudere broer een gerenommeerd kunstenaar en specialiseerde zich in de keramiek. In 1977 behaalde hij in de internationale wedstrijd voor keramiek in het Italiaanse Faenza de gouden medaille. Een van de werken van zijn inzending werd sindsdien opgenomen in het museum van deze keramiekstad. Antoine Crul is overleden op 30 april 2012.

Daniël (links) en Antoine Crul op latere leeftijd.

Bij de verwelkoming van de nieuwe advocaten-stagiairs wees de gewezen en ondertussen overleden voorzitter van de rechtbank van koophandel van Kortrijk, Bernard Gyselinck er telkens op hoe bijzonder het glasraam wel was.

Vanwaar mijn interesse voor de kunstenaarsfamilie Crul uit Brugge?

In 1975 deed ik mijn legerdienst bij de zeemacht in Sint-Kruis Brugge en leerde er Leo Crul kennen.

De kazerne van toen is ondertussen opgedoekt

Als Bruggeling trof Leo het in de kazerne van Sint-Kruis tijdens zijn legerdienst en kon hij er zijn kunstenaarstalenten botvieren.

O.a. op vraag van legeraalmoezenier Roger Dubois kon hij grote ramen in de kapel retoucheren en kreeg hij na zijn legerdienst een bestelling van vier nieuwe glasramen waarvan het resultaat hierna te zien:




Vier glasramen in de kapel van de zeemachtkazerne te Sint-Kruis Brugge

Bijna 50 jaar later vonden we mekaar terug dankzij het Internet. Leo bleek in de voetsporen getreden te zijn van vader Daniël en nonkel Antoine en kan op vandaag een indrukwekkend curriculum vitae voorleggen (hier klikken).

Uit de Syntra-brochure

Zijn grootste opdracht ooit was de restauratie van 350 vierkante meter glasramen uit een kerk in Sint-Amandsberg.

Het zeven meter hoge glasraam met abstracte beeltenis van een Waregemse schoenwinkel, het vijf meter hoger brandglasraam met afbeelding van een gestileerde Sint-Elooi in de Romaanse Sint-Marrtenskerk van Koolskamp en het glasraam voor het stadhuis van Blankenberge behoren tot zijn mooiste werk.

 

Glasraam schoenwinkel Carlos "Viva di Lei" in Waregem

Brandglasraam Sint-Elooi in de Sint-Martinuskerk van Koolskamp


Eigen werk van Leo Crul in het St. Lodewijkscollege te Brugge

Restauratie door Leo Crul, van de glasramen in de kapel van het St. Lodewijkscollege te Brugge.

Het atelier van kunstglazenier Leo Crul en zijn echtgenote-graficus Rita Riemaker bevindt zich in Assebroek.





Na bijna 50 jaar een weerzien ...

Leo Crul in zijn atelier.

Rita Riemaker

De ontwerpen van het glasraam in het Oude Gerechtshof te Kortrijk worden bewaard in zijn werkplaats.


Werktekening glasraam Oud Gerechtshof Kortrijk

De technische informatie betreffende het glasraam in het Oud Gerechtshof te Kortrijk werd bezorgd door Leo.

Een slotbemerking.

Ooit was glazenier een zeer winstgevend beroep met hoog aanzien.

De "gouden generatie" van na de Eerste Wereldoorlog tot eind jaren 30 en van na de Tweede Wereldoorlog tot aan de bouwcrisis rond 1969-70, heeft meer kansen gehad om van Oostende tot Limburg en van kapel tot kathedraal of basiliek glasramen te kunnen en mogen maken.

Nu rest bijna enkel nog restauratie.

We kunnen alleen maar hopen en pleiten dat deze heel bijzondere en prachtige kunstvorm beschermd en behouden blijft en in stand wordt gehouden.