Posts tonen met het label Nikolaas Ottevaere. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nikolaas Ottevaere. Alle posts tonen

zondag 17 juni 2018

Even terug in het vaderland ...



Onlangs waren we nog eens een goeie week op bezoek in het vaderland. Of is het moederland? Sedert België geen kolonies meer heeft, verkiezen we vaderland.

We waren gelogeerd in het appartement van een lieve vriendin van Christine in de Leiestraat in Kortrijk, recht tegenover het stadhuis en naast de bibliotheek.




Het werd een week met zomerse temperaturen in een bruisend Kortrijk.

Uit ervaring weet ik dat een dergelijke week zeer druk is en gewichtstoename tot gevolg heeft op het einde.

De avond van onze aankomst stond "Acamoda" op het programma. Niet onmiddellijk mijn ding, des te meer dat van Christine, die als oud-leerlinge van de Kortrijkse academie was uitgenodigd.

Tweejaarlijks showt het atelier Mode en Theaterkostuums van de Academie Kortrijk de collecties van de studenten onder de naam "Acamoda".

De modestudenten laten hun visie op de hedendaagse mode zien door de heersende trends in vraag te stellen. Ze laten zich inspireren door de rijke Europese kostuumgeschiedenis of door etnische elementen eigentijds vorm te geven. 



's Anderendaags een verjaardagsetentje met onze Brugse vrienden, Annemie en Fernand, in Brugge natuurlijk.

Later op de week werden we bij hen thuis nog eens vergast op een heerlijke maaltijd.

Fernand was de chef-kok van het Pannenhuis in Brugge, hij leerde de stiel in de Civière d'Or op de markt in Brugge


Het interieur van de Civière d'Or.

De Civière d'Or op de markt in Brugge.

Onlangs waren Renaat en Veerle bij ons op bezoek in Ribérac.

Een uitstapje naar Aubeterre ...

Een tegenbezoekje in de Hoogstraat kon niet ontbreken.

Renaat staat ook meer dan zijn mannetje in de keuken. Telkens we er op bezoek gaan duurt het niet lang of we hebben het over onze jeugd, onze bakkerij van vroeger en onze familiegeschiedenis. Onze vrouwen hebben al meerdere malen dezelfde verhalen moeten aanhoren maar iedere keer opnieuw komt er toch ook iets nieuws naar boven en we weten werkelijk van geen ophouden.

Renaat weet ook dat ik sterk geïnteresseerd ben in de Wevelgemse geschiedenis en zorgde ervoor dat ik even zijn buur Marc Soenen kon ontmoeten, de zoon van meester "Soentje", mijn meester in het vijfde leerjaar 1964-1965.

Mijn "punteboekske" van het vijfde leerjaar.

Marc Soenen schreef samen met Philippe Stragier een boek: "75 - Rode Kruis - Wevelgem - 1943-2018", een leuk vooral kijkboek met veel foto's. Ik kon het bij hem aankopen.

De plaatselijke afdeling wordt opgericht op 12 januari 1943, in volle oorlogstijd. Er is een gebrek aan medewerking van de gemeentelijke overheid, aldus het boek. De burgemeester wordt niet bij naam genoemd. In die periode was oorlogsburgemeester Michel Byttebier aan de macht.

In de beginjaren herken ik Henriette en Rosanne Delrue, Yvonne Vanhalst (moeder van Rik, Geert, Jan en Lieve Bevernage) en Germaine Wetsoen (zuster van melkboer Louis, ze hield een winkeltje met kruidenierswaren in de Roeselarestraat op de Wijnberghoek) op verschillende foto's.

Opvallend ook hoeveel Rode Kruis-huwelijken tot stand komen onder de vele vrijwilligers, niet waar Franky?

Ik herken ook mezelf op een foto uit 1993, aanwezigheid als gemeenteraadslid was toen belangrijk en is het nog steeds.





Het bleef niet bij dit boek alleen, Renaat kon er mij nog twee geven.

"Mijn Oorlog", de ervaringen uit de tweede wereldoorlog door Wevelgemnaar Frans Robesyn.



Mijn ouders hadden ontzag voor Frans, hij was de man van de BTW, die ingevoerd werd einde jaren 60. Frans was ook de vader van o.a. Jean-Paul, misdienaar op de Wijnberg samen met mijn oudste broer Johan, en van Carine, van mijn geboortejaar 1954.

"Mijn Oorlog" is een zeer vlot geschreven boek dat ik in één ruk heb uitgelezen uitgelezen.

Op bladzijde 14 schrijft hij:

"Vandaag, 70 jaar later, heb ik het raadzaam geacht geen lijsten van mensen in mijn boek op te nemen, noch van "de witten", noch van "de zwarten" van onze gemeente Wevelgem. Dit teneinde de haatgevoelens van toen niet opnieuw aan te wakkeren. Dat zij inmiddels rusten in vrede."

Er bestaan dus lijsten en ik vraag me af in wiens handen ze zich momenteel bevinden. 

Belangrijk is dat deze info niet verloren geraakt.

Het boekje dat ik schreef over Wevelgem gedurende de tweede wereldoorlog zou ik graag willen open trekken naar "Collaboratie, verzet en repressie in Wevelgem tijdens en na de tweede wereldoorlog". Bij het zoeken naar bronnen word ik goed geholpen door Geert Lecompte, een naar Brussel uitgeweken Wevelgemnaar die ik die week ook in Kortrijk kon ontmoeten.

Alvast zal hoofdstuk 2 van het boek over "de oorlog van Alfons Decock die nooit eindigde" (Nikolaas Ottevaere) van groot nut zijn. Dit hoofdstuk heeft het uitvoerig over de organisatie van de weerstand.

Geert is bovendien zeer gedreven in zijn opzoekingen. Zijn grootvader, Carlos Lecompte, was weerstander bij het OF en een "Nacht und Nebel"-gevangene. 




We keren terug naar het boek van Frans Robesyn en citeren een fragment op bladzijde 77, een fragment dat ten zeerste mijn belangstelling wekt:

"Ik moet u nog een paar feiten die alhier plaats grepen in die zomer van 1944 melden: Vrijdag 4 augustus zijn de inwoners van de Nachtegaalstraat aan een bloedbad ontsnapt: enkele dagen voordien werd een eenzame Duitser in de Moorselestraat neergekogeld door een verzetsman. Vermoedens wogen op vader en zoon Denys uit de Nachtegaalstraat. De Duitsers vermoedden dat in de woning Denys een vergadering zou plaatshebben van verzetslui. De Geheime Feldpolizei had een valstrik gespannen: vier agenten lagen in een hinderlaag terwijl een ander ging aankloppen aan de woning. Vader Denys deed open en stond oog in oog met een feldgendarm die hem wilde arresteren. Bliksemsnel vuurde Denys zijn pistool leeg en poogde de zieltogende feldgendarm in huis te sleuren toen plots 4 gendarmen op het toneel verschenen. Vader en zoon vluchtten weg langs de achterdeur, nagezeten en beschoten door de Duitsers. Andre Denys kreeg een kogel in de hiel. Enkele tijd nadien was het huis omsingeld en alle inwoners van de straat moesten buiten hun huis op de stoep. De burgemeester Byttebier werd erbij gehaald en pleitte voor de onschuldige bewoners, de gijzelaars mochten naar huis. 's Anderendaags was het natuurlijk een toeloop van volk naar het huis Denys. De woning van de familie Denys werd met balen stro omringd en nog dezelfde namiddag in de lucht geblazen."

Nog een fragment, op bladzijde 81, trekt mijn aandacht, de oorlog is voorbij ...:

"Op een bepaald ogenblik werd gedreigd met de plundering van de gleiswarenwinkel van Michiel Byttebier, de huidige oorlogsburgemeester die nergens meer te bespeuren was. Dit was voor de mannen van de weerstand een brug te ver. Ze lanceerden een oproep om jonge mannen in hun rangen te krijgen en geplande wandaden te verijdelen. Ik zelf heb dan ook aan deze oproep beantwoord. 's Avonds om 6 u moest ik mij aanmelden aan de winkel van de firma Byttebier. Daar ik tot hier toe nog nooit enig wapen in handen had gekregen, werden mij de eerste schietlessen gegeven met een geweer; Ik werd aangeduid om de nachtwacht te houden in de winkel van de burgemeester wat mij heel onwennig overkwam. 's Morgens werden wij binnengeroepen door mevrouw Byttebier die ons met plezier een tas koffie aanbood uit wederdank omdat wij wellicht haar winkel hadden gevrijwaard van plundering of andere wandaden. 's Anderendaags werd ons gemeld dat mijnheer Byttebier ergens was opgedoken en dat de verdere bewaking van zijn winkel niet meer nodig was. Ik  ben naar huis getrokken en was heel tevreden dat ook dit avontuur achter de rug was."

Het tweede boek dat Renaat voor mij in petto had beschrijft de geschiedenis van het vliegveld Bissegem-Wevelgem. Het boek had hij bekomen van ons tante Cecile, zus van mijn moeder. Hun vader, Maurits Degroote, was een tijdje tewerkgesteld op het vliegveld, vandaar de interesse ...
   


Terloops verwijs ik hier graag ook naar een ander werkje dat een stukje Wevelgemse geschiedenis beschrijft. Bernard Langedock was zo vriendelijk mij een tijdje geleden een exemplaar toe te sturen. Auteurs: Philippe Haeyaert, Bernard Langedock en Pol Vandesteene.


En er ligt nog leeswerk op de boekenplank.

Jan Bevernage overhandigde me het eindwerk uit 2015 van zijn broer Geert dat hij als gids in de Leiestreek had moeten maken. Het wordt een wandeling vanaf het stationsgebouw naar de vroegere wasserij Bevernage op de Wijnberghoek, met de interessante geschiedenis van die twee gebouwen.

Het gebeurde allemaal in die week in het vaderland.

zondag 21 januari 2018

Henri Deneckere (1894-1980), een vlaswerker werd politieman.

Henri Deneckere, een rasechte Wevelgemnaar. De foto is van omstreeks 1955, bemerk de frontstrepen van WOI op zijn linkermouw.

Henri Deneckere stamt uit een diep christelijke familie. Hij werd geboren te Wevelgem op 1 september 1894 en was de negende uit een gezin van elf kinderen.

 

Zijn zuster Adrienne (1889-1974) huwde in 1920 met Remi Wallays (1892-1971). Aanvankelijk werkte Remi Wallays in de vlassector en via het ACW belandde hij in de politiek.

 
Van 1922 tot 1946 was hij voor de Katholieke Partij en daarna de CVP gemeenteraadslid van Wevelgem, waar hij van 1933 tot 1946 burgemeester was (van 1942 tot 1944 werd hij vervangen door oorlogsburgemeester Michel Byttebier). Daarnaast zetelde hij van 1921 tot 1946 ook in de provincieraad van West-Vlaanderen en daarna van 1946 tot 1954 in de Belgische Senaat.


Henri Deneckere huwde met Zoë Leplae en werd vader van vijf kinderen: vier dochters (Agnes (+), Georgette (+), Leona (+) en Annie) en één zoon (Frans).
 
Eén van zijn kleinkinderen, Nikolaas Ottevaere, van wie hij ook dooppeter was, trad in zijn voetsporen, momenteel als hoofdinspecteur bij de politie.
 
Henri Deneckere vertelde het liefst, althans volgens het hierna gepubliceerde krantenknipsel naar aanleiding van zijn pensionering op 1 oktober 1959 als politieagent (het artikel verscheen in "Het Volk" van dinsdag 29 september 1959), over zijn belevenissen uit de oorlog 1914-1918.
 
Als 20-jarige jongeling streed hij gedurende 44 maanden onafgebroken in de eerste linie aan het front. Nooit werd hij gekwetst. Hij maakt nochtans de eerste gasaanval van de Duitsers mee in de slag van Steenstrate (1915). Het enige wat hij had als bescherming was een nat doekje dat voor de mond werd gehouden. Vele van zijn makkers werden door gas aangetast, hij niet. 
 
Henri Deneckere als soldaat-klaroen bij het 2° regiment Grenadiers.
Henri Deneckere werd als oudstrijder-vuurkruiser met heel wat onderscheidingen bedacht na de afloop van de eerste wereldoorlog:
  • Ridder Leopoldsorde met gekruiste zwaarden
  • Officier Kroonorde met gekruiste zwaarden
  • Officier Orde Leopold II met gekruiste zwaarden
  • Ridder Kroonorde met gekruiste zwaarden
  • Ridder Orde Leopold II met gekruiste zwaarden
  • Oorlogskruis met palm
  • Vuurkruis
  • Herinneringsmedaille regering Albert I
  • Eervolle vermelding op het dagelijks order van de Franse Luitenant Kolonel Koch om zijn diensten als verbindingsman tussen de Belgische en de Franse legers tijdens het bevrijdingsoffensief met toekenning van het Frans oorlogskruis
 
In het burgerleven was Henri, zoals vele Wevelgemnaren, vlaswerker van beroep.
 
Op een zekere dag, in het begin van de zomer 1934, komt schepen Gaston Gheysen bij hem in de vlaskamer. Met de vraag of hij geen zin heeft om politieman te worden te Wevelgem.
 
Henri sprak erover met zijn schoonbroer Remi Wallays, die toen burgemeester was van Wevelgem. Deze praatte het hem uit zijn hoofd, hij was immers reeds 40 jaar oud en er zou een examen bij te pas komen.
 
Toch stelde Henri zijn kandidatuur en nam lessen bij meester Bulckaen ter voorbereiding van het examen.
 
Er waren 23 kandidaten. Zeven ervan slaagden, ook Henri, die voorkeurrechten kon laten gelden en in dienst trad als agent op 26 juli 1934.
 
Het korps bestond toen uit 2 man, veldwachter Supply en Henri Deneckere. Er was nog geen politiecommissaris.
 
Tijdens de tweede wereldoorlog werd de taak van politieman er niet gemakkelijker op. Zeer ondankbaar werk moest soms uitgevoerd worden maar Henri wist steeds de vijand in het ootje te nemen en de Wevelgemnaars te helpen. Hij ging hen vooraf verwittigen en zo konden ze op tijd de vlucht nemen. Tijdens de bezetting deed Henri Deneckere zijn plicht tegenover de Wevelgemse bevolking.
 
Interessant in dat verband is de getuigenis van de reeds aangehaalde kleinzoon Nikolaas Ottevaere (auteur van het boek "Alfons Decock - piot, weerstander, commando, pacifist - De oorlog die nooit eindigde") over zijn grootvader Henri Deneckere:

"Mijn grootvader en peter was een graag geziene figuur in Wevelgem en heeft zijn strepen verdiend als oudstrijder WOI en verzetsman WOII. Menig Wevelgemnaar werd tijdens WO II door mijn tante Agnes of mijn ma Georgette verwittigd dat ze gingen opgepakt worden om te gaan werken in Duitsland. Peter was door zijn job op de hoogte van wat ging komen en liet zijn dochters de gemeente rondfietsen om mensen te gaan inlichten. Hij heeft ook talloze valse identiteitskaarten verstrekt aan vele Wevelgemnaars.
 
Oorlogsburgemeester Byttebier was op de hoogte van zijn activiteiten doch liet hem begaan. Michel Byttebier afschilderen als iemand die kwaad gedaan heeft is heel kort door de bocht. De man had zijn overtuiging doch kon naderhand met opgeheven hoofd rondlopen, de fusillade die ging plaatsvinden naar aanleiding van de zaak Denys in de Nachtegaalstraat ging door zijn toedoen niet door.
 
Peter en de burgemeester hebben elkaar na de oorlog nog gesproken, de burgemeester zei : "Henri Deneckere, den ouden patriot, ik weet Henri wat je allemaal gedaan hebt voor de mensen tijdens de oorlog...".
 
Zijn antwoord : "Burgemeester, ik wist toen ook al dat je het wist, we hadden beiden onze mening en hebben dit altijd naar elkaar toe gerespecteerd..."."
 
Deze getuigenis heb ik ook aangehaald in mijn stukje over de oorlogsburgemeester van Wevelgem, Michel Byttebier  (hier klikken).
 
Wegens zijn verzetsactiviteiten gedurende de laatste wereldoorlog kreeg Henri de medaille van gewapende weerstander.
 
In 1943 wordt Henri Deneckere bevorderd tot agent-brigadier 2°klasse.
 
Na de oorlog wordt het korps uitgebreid.
 
Groepsfoto van het korps in de gemeentelijke hovingen - Henri Deneckere staand, tweede van links (1956).
Henri Deneckere, links zittend.
Henri Deneckere, staand rechts.
 
Zittend v.l.n.r.: commissaris Gerard Vandenbroucke - burgemeester Achiel Wallays - adjunct-commissaris Albert Schellens
Staand v.l.n.r.: Achiel Cuvelier - Henri Deneckere - Albert Deleu - Cesar Tandt - Frans Vercauteren - Roger Malfait
Foto genomen in het oud gemeentehuis (hoek Lauwestraat).


 
Jaren 50 op de plaats Wevelgem, zicht op café Roeland, agent Henri Deneckere begeleidt o.a. Pastoor Maurits Lauwers en kerkbaljuw Maurice Demeulemeester.

Maurits Lauwers was pastoor, stichter en bouwheer van de parochie Onbevlekt Hart van Maria in de wijk Wijnberg te Wevelgem. Behalve pastoor was hij leraar aan het Sint-Aloysiuscollege te Menen en medepastoor van de Sint-Hilariusparochie te Wevelgem. Hij overleed op 15 maart 1982 te Wevelgem.
Henri Deneckere werd gepensioneerd op 1 oktober 1959.

Na de pensionering kreeg hij de burgerlijke medaille 2° klasse voor 25 jaar dienst als politieman.

Hij overleed te Wevelgem op 3 februari 1980.

We sluiten af met het krantenartikel waarvan sprake en met een verwijzing naar het boek van Nikolaas Ottevaere :
 

 

 
 

zaterdag 20 januari 2018

Droom verzetsheld Alfons Decock (1919-1993) uit Wevelgem alsnog in vervulling.


Uit HLN van 29 december 2017 (hier klikken om het krantenartikel digitaal te lezen), van de hand van Joyce Mesdag.

"Nikolaas Ottevaere heeft het levensverhaal van oorlogsveteraan en dorpsgenoot Alfons Decock in een boek gegoten. Decock, die onder meer meevocht in de Leieslag en actief was bij het verzet, wilde zelf altijd al zijn verhaal publiceren, om de zinloosheid van oorlog te benadrukken. Dankzij dit boek wordt zijn droom 25 jaar na zijn dood werkelijkheid.
 
Nikolaas Ottevaere verzamelt al sinds begin jaren ’80 spullen uit de beide Wereldoorlogen. “Mijn ouders waren bevriend met Alfons Decock en zijn echtgenote”, zegt Nikolaas. “Het was mijn vader die me aanraadde om eens bij Alfons langs te gaan, ‘want die had nog meegevochten in de oorlog’. Op mijn twaalfde ging ik voor het eerst bij hem op bezoek, en we zijn, tot hij in 1993 overleed, altijd contact blijven houden.”

Alfons had eind jaren ’80, begin jaren ’90 aan een manuscript gewerkt, over zijn ervaringen in de 18-daagse voettocht en de Leieslag.


”Dat was net de periode dat het onrustig werd in het Oosten, met de Golfoorlogen daarna. Hij, die aan den lijve had ondervonden wat oorlog met een mens kan doen, wilde niet zomaar aan de zijlijn toekijken. Via zijn verhaal wilde hij de zinloosheid van oorlog aankaarten en een vredesboodschap de wereld insturen. Maar hij vond geen partners die interesse hadden om zijn verhaal uit te brengen, en zijn manuscript bleef in de kast liggen.”
 

“Hij bleef vechten”

 
Nikolaas heeft het, net als Fons zelf, altijd jammer gevonden dat er met dat verhaal niets is gebeurd. “Vier jaar geleden heb ik Alfons’ familie gecontacteerd met de vraag of ik zijn verhaal eindelijk, 25 jaar na zijn dood, mocht uitbrengen. Die waren blij dat ik dat wilde doen. Alfons’ verhaal is immers zéker de moeite waard. Nadat hij opgeroepen was om mee te vechten, en onder meer in de Leieslag ons land verdedigde, werd hij krijgsgevangen genomen. Hij is naar Frankrijk kunnen vluchten, en is daar in het Franse verzet gegaan, om van daaruit tegen de vijand te strijden. Toen hij later opnieuw terugkeerde naar ons land, was hij ook hier in onze streek actief bij het verzet.”

Ook na de bevrijding van onze contreien, werd hij oorlogsvrijwilliger, om onder meer in Duitsland nog mee te vechten. Daarna volgde hij nog een zware opleiding bij de Commando’s. Zelfs wanneer hij dus strikt genomen niet meer moest vechten, bleef Fons zich inzetten voor zijn vaderland. “Fons heeft tijdens de oorlog meerdere medailles toegekend gekregen voor zijn moed en inzet, maar die eer hoefde voor hem niet. Hij is, bescheiden als hij was, sommige medailles zelfs niet eens gaan ophalen. ‘Ik heb gedaan wat nodig was’, zei hij daar altijd over.”

Naast het manuscript van Fons, dat integraal in het boek belandde, heeft Nikolaas het ook over Fons’ tijd bij het verzet, en zijn periode als oorlogsvrijwilliger en commando. Wie het boek wil kopen, kan best contact opnemen met Nikolaas Ottevaere via het mailadres ottie_6@hotmail.com.

Het boek kost 20 euro."


 
Nikolaas Ottevaere tijdens de boekvoorstelling met de familie van Alfons: dochter Nadine Decock, vrouw Agnes Parrein en zoon Albert Decock (Foto Maxime Petit).
 
 
In 1984 kwam het verhaal van Alfons Decock al in de krant, zo ook in 1991 toen hij de wens uitte om zijn verhaal integraal te zien verschijnen.
 


 
 
Nikolaas Ottevaere deed zijn droom alsnog in vervulling gaan.
 
Alfons Decock werd geboren te Lauwe op 11 november 1919 en groeide op in een kroostrijk gezin met 6 zusters en 2 broers.
 
Alfons (staand rechts), samen met zijn ouders, 6 zusters (Marguerite, Marie Louise, Solange, Bernice, Henriette en Anaïse) en 2 broers (Raphael en Maurice) - Foto studio Delcour Lauwe (1937)
Alfons huwde met Agnes Parrein en werd vader van Christa (+), Nadine, Albert en Henri (Rik).
 
In 1953 vestigde hij zich als bakker patissier in de Vanackerestraat 17 te Wevelgem.
 
Alfons Decock overleed op 17 september 1993 te Kortrijk.
 
"Fons, jouw strijd is gestreden, weet dat jouw universele vredesboodschap nu uiteindelijk toch zijn weg naar het publiek gevonden heeft ..." (uit het boek van Nikolaas Ottevaere).