Posts tonen met het label Marc Meulemeester. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marc Meulemeester. Alle posts tonen

zaterdag 7 oktober 2017

Whisky King George V

 
 
Hans Feys met een stukje over onze betreurde vriend Marc Meulemeester.
 
 
“Op weg naar de Cotswolds, waar mijn Engelse familie woont, hadden we op de mailboot Oostende-Dover, whisky gekocht. King George V stond er op de fles die Marc onder het bed had verstopt in de logeerkamer van het huis van mijn tante Nicole en nonkel Graham in Wotton-under-Edge.
 
Die ochtend greep Marc bij het ontwaken onmiddellijk naar de fles en nam er een stevige slok van. Luid boerend en lachend reikte hij onderwijl de hand naar het boek dat naast zijn bed lag. Titel? The complete Works of William Shakespaere , een vuistdik werk in missaalpapier.
 
 
 
Hij had het als bagage mee van thuis. “Onontbeerlijk omdat het very Britisch was” zei hij daarover.
 
De avond voordien hadden we in de bar van ‘The Swann’, het plaatselijke hotel van Wotton-under-Edge, kennis gemaakt en uitgebreid gekout (gemoedelijk babbelen) met de lokale leeftijdsgenoten.
 
Met enkelen had Marc zich laat op de avond nog gewaagd aan een lsd-trip, waarvoor ik bedankte en Marc repliceerde: “het zijt nog genen echten.”
 
 
 
’s Anderendaags was hij evenwel niet weg te slaan van de complete works.

Tot laat in de namiddag las hij gestaag en laafde zich geregeld aan de whisky zonder ook maar een hap te eten. Hij verkneukelde zich als het ware in het boek.

’s Avonds keken we met mijn oom en tante naar het Eurovisie songfestival.

The New Seekers werden tweede met “Beg, steal or borrow”, Vicky Leandros won met "Après toi".

Vicky Leandros
 


De fles had Marc ondertussen leeg gedronken. Ik had me die dag vooral verwonderd over de gedragingen van mijn vriend. Het maakte een diepe indruk op mij, welk menselijk vermogen er in de toekomst voor mij te rapen viel. Weze dit een dagboekfragment uit 1972.”

vrijdag 22 september 2017

Sint-Pauluscollege Wevelgem (1967-1970)



Na het lager onderwijs volgt het middelbaar onderwijs in het Sint-Pauluscollege in Wevelgem, waar ik het 7de voorbereidend jaar A (1966-1967) aanvat met Gaston Herman als klastitularis.
Aan de vijver van het Sint-Pauluscollege

Gaston Herman geeft alle vakken, ook turnen.
Het examen turnen wordt afgenomen vooraan in de klas op de trede. Gewoon enkele buigoefeningen doen en klaar is kees en de punten toegekend.

Gaston doet ons enkele mnemotechnische middeltjes aan de hand. Hoe schrijf je "Washington"? De was hing boven de ton. 
L.O. wordt wel wat anders de volgende jaren als "tarzan" Rudiger Verschoore zijn intrede doet.

Handbalploeg van St-Paulus uit de tweede helft jaren 70, met onderaan in het midden met bril, mijn jongste broer Willem, naast hem Lorenzo Staelens, bovenste rij o.a. Rudy Ducoulombier en Hein Vanhaezebroock. Uiterst rechts "Tarzan" Rudiger. 


De fietsen worden nog niet gesloten als ze gestald staan aan het college. Op een middag ontbreekt mijn fiets in de fietsrekken, blijkt dat tarzan Rudi mijn fiets, met het hoogst staande zadel, gebruikt om naar de sporthalle te fietsen en blijft gebruiken. In die tijd kan dat nog allemaal.

De legendarische looptochten naar Lauwe blijven hangen in ieders herinnering, voor mij eindigen die steevast in wandeltochten.

Tarzan had het ook voor atletiek en de balsporten. Uitzondering was voetbal, daar blonk hij niet in uit. Een zeldzame keer stond voetbal op het programma in de les LO.

We leerden ook zwemmen, in het zwembadje van 12,5 meter aan de sporthalle rechtover café Barbara. Tarzan stond met de "trekker" in de hand, niet om te dweilen maar om je onder te duwen als hij zag dat je schrik had.
Ik begin, zoals vele klasgenoten, postzegels te verzamelen onder impuls van pater Veranneman, bij wie we met plezier gaan biechten, omdat we dan even de studie kunnen verlaten en nog wat over postzegels kunnen praten.
De postzegelverzameling van toen bezit ik nog steeds.
Met de klas maken we een interessante uitstap met de fiets naar oorlogsgebied 14-18, o.a. Wijtschate en we gaan op schoolreis naar Libramont en Orval.


Op schoolreis naar de Ardennen.

Op het einde van het schooljaar behaal ik een schitterend resultaat (het beste dat ik ooit behaald heb) en moeten we kiezen welke richting we zullen volgen het jaar erop: Latijn of Moderne.

Ik kies voor de Moderne richting maar word teruggefloten door directeur Decoene die me verplicht om de Latijnse te volgen. Zo geschiedt.


 
Het wordt dus de zesde Latijnse, in 1967-1968, met wijlen Guido Vandenberghe als klastitularis, van wie we Nederlands en Latijn krijgen.



We zijn het eerste jaar met de nieuwe uitspraak in het Latijn, de "c" en "ae" worden vanaf nu anders uitgesproken.

In klas zit ik naast Carl Scherpereel, ook een bakkerszoon, uit Lauwe. Hij leert me op de schoolbanken Willem Vermandere kennen. Bij de jeugd van White Star Lauwe staat Carl in het doel. In de vierdes hebben we onopgemerkt de Nederlandse vertaling van "De Bello Gallico" van Caesar bij ons in de les van 'supinum' Vergalle. Daar heeft de oudere zus van Carl voor gezorgd. Daar lezen we verderop nog iets over.
Elke dag worden de Latijnse woordjes erin gehamerd en overhoord, “pennen neer, briefjes op de hoek van de bank en doorgeven” herhaalt Guido iedere les.

Tien op tien betekent een groene duimspijker naast je naam op een bord, een nul betekent een zwarte. Motiveren heet dat.
Wiskunde krijgen we van Raymond Bonte, een specialist in het kleineren van diegenen die zijn les niet onder de knie hebben. Dat zijn de "kwabbernoten" volgens hem.

Deze keer zijn we het laatste jaar, van de klassieke wiskunde. Toch mogen we al even proeven van de "moderne" wiskunde en de Venn diagrammen. Dat is geen wiskunde meer in mijn ogen en zo leer je zeker niet rekenen, vind ik.

Leraar Monteyne is een groot vernieuwer op vlak van proefwerken. Hij organiseert het examen aardrijkskunde met open boek en in groep! Later nooit meer meegemaakt, jammer.

De “studiemeesters” zijn er van het soort met losse handjes: Miele Verstraete in het “hoger” en André Huys, van wie we later ook wiskunde en geschiedenis krijgen, in het “lager”.
Tussen twee “zemirs” door slaan en schoppen ze als ze zich geroepen voelen om de “orde” te handhaven en de rotte appels in de mand aan te pakken en te verwijderen. Vandaag zou je zoiets op de rechtbank mogen uitleggen.

Op een dag wordt Marc Meulemeester letterlijk uit de avondstudie geschopt omdat hij gezien geweest is met een meisje op een bank in het park.

Het bewuste meisje is, naar verluidt, de dochter van iemand die per fiets een soort "toezicht" houdt op het college en in "den hof", de gemeentelijke hovingen. Marc wordt uit het college weggestuurd, hij is de rotte appel in de mand die moet verdwijnen, geeft de directie als uitleg.

Ik ben getuige hoe Clem Desimpelaere op een andere dag door André Huys "afgeranseld" wordt.

Het zijn beruchte tijden voor het college. Op een avond wordt zelfs een deel van de speelkoer uitgebroken. De daders van toen worden niet gesnapt, de namen circuleren wel, ze lezen misschien nu nog mee.

We maken nog de tijd mee dat we op woensdagnamiddag (sport en studie) en zaterdagvoormiddag (vier lesuren) naar school moeten. Ook bestaat nog iets als avondstudie, tot ongeveer 19 uur.

Een zeldzame keer moet de studie niet gevolgd worden door fietsers die op meer dan 1 km van het college wonen, namelijk als het op de donkere herfst- of winterdagen zeer mistig is.

Ik herinner mij die keer dat Miele me aanspreekt vóór de studie met de boodschap dat ik naar huis mag. Mijn moeder had getelefoneerd dat ze ziek was en had gevraagd of ik kon vrijgesteld worden van studie om thuis de "winkel" te kunnen "doen".

Het collegesecretariaat heeft verder goeie connecties met eierkoekenfabrikant Decreton uit de Goudbergstraat in Wevelgem. Vóór de avondstudie kunnen we eierkoeken kopen, later komen daar ook nog snoepgoed en limonade bij.


De kans bestaat nog niet dat we zullen "toevetten", we zijn net nog genoeg in beweging en de fiets is het middel om overal naartoe te "gaan".

Volgens Carl Scherpereel, ik herinner het me niet meer, moet iedereen de zaterdagmiddag nog een toertje rond het college en de vijver lopen, als afsluiter van de schoolweek.

Fietsen, koersen doen we ook 's middags op de weg naar huis, om het middagmaal te nemen. De aankomst ligt aan de Nachtegaalstraat, waar de meesten wonen. We zijn mekaar waard.

André Huys is verder een prima leraar wiskunde maar kan nogal furieus uit de hoek komen.

Zijn zelfgemaakte maquette van het college, een meesterwerk met alles erop en eraan, zelfs verlichting, sloopt hij eigenhandig na een discussie met directeur Olivier.

André Huys

Op een dag wordt klasgenoot Geert "geste" Vanhauwaert gestraft en moet hij van Miele Verstraete de ganse studie buiten geknield zitten bij guur weer, in een tochtige ruimte tussen de studiezaal en de kapstokken.

De dag erop is Geert ziek en blijft hij weken lang afwezig: de ziekte van Bell, een ontsteking van de aangezichtszenuw waarbij zijn mond scheef getrokken wordt en hij zijn linkeroog niet meer toe krijgt.

Op "doktersbevel" moet Geert zijn haar laten groeien. In die tijd een zegen want we haten het om naar de kapper te gaan.

Bijna te plezierig zijn de lessen tekenen van Johan Huybrecht.
Sympathieke Johan maakt een bijna klassieke beginnersfout als leraar en zegt tijdens zijn eerste les in elke klas dat ze geen rolmopspot moeten meebrengen als schilderen op het programma staat.

Ik geef jullie te raden wat zijn bijnaam is geworden.

Hilarisch zijn ook de lessen godsdienst met seksuele voorlichting van priester-leraar “bibber” Georges Dujardin.

Eigenlijk heb je bijna medelijden met Georges, die zich ten volle geeft voor de collegegemeenschap.

Stefaan Florquin opent volledig zijn hemd tijdens zo’n les en zegt: “Dat is seks, Georges!”.

Dat laatste heb ik van horen zeggen want Stefaan zit in een andere klas.

We maken ook de jaarlijkse legendarische kaartenverkoop mee voor de prijskaarting.

De kaartenverkoop per klas wordt in beeld gebracht met vliegtuigjes die op een touwtje - een soort guirlande -  in de lucht hangen en vooruit schrijden naargelang de kaartenverkoop. De klas met het vliegtuigje dat het verst geraakt wint een prijs. Dat is goed gevonden van André Huyse.
Evenzeer heb ik zeer mooie herinneringen aan de boekenbeurs, jaarlijks georganiseerd in november.

Op 5 maart 1967 wordt jeugdclub "Ten Goudberge", als één van de eerste in Vlaanderen, opgestart onder impuls van bezieler Paul Leman. Dat moet gepromoot worden.

Het college laat ons de keuze, op woensdagnamiddag: sport of de jeugdclub. Enkelingen kiezen voor de jeugdclub, ik ben erbij.

We pingpongen en leren er roken, Visa en Zemir, de sigaretten die ook de subregenten roken in de studiezaal.

We luisteren ook naar de nieuwste hits op de jukebox, ik herinner me vooral “Ruby Tuesday” van de Stones.

Er worden geen alcoholische dranken verkocht.

Begin jaren 70 gaat de jeugdclub volledig in de vlammen op. Onvoldoende gedoofde sigaretten na een avondvergadering, volgens het parket.

Na de heropbouw en herinrichting wordt de jeugdclub later onze tweede thuis. Lange tijd wordt er ook geschaakt. Zelfs zware jongens zoals de Callewaerts worden ermee zoet gehouden.

Alle grote namen van de kleinkunst zien we er optreden: Zjef Vanuytsel, Willem Vermandere, Hugo Raspoet, Jan De Wilde, Alfred Den Ouden, Urbanus, ...

In het college mogen we in 1968 enkele dagen de straat op om te manifesteren voor "Leuven Vlaams", in Franstalig België vooral bekend als "Walen buiten".

Dit was duidelijk toegelaten en zelfs georkestreerd door de toenmalige directie want we wisten met moeite waarover het ging.

Op het einde van de zesde Latijnse - ik behaal opnieuw een mooi resultaat - moeten we kiezen: Grieks of wiskunde.

Plaatsen en punten zeggen niet alles. Niets is wat het lijkt. Wat je later wordt en doet is ook van belang.

Neem nu Hendrik "Rick" Poelman uit Lauwe, hij wijkt uit naar Vlaams-Brabant, studeert daarna bestuurswetenschappen en is op pensioen gegaan als commissaris na een loopbaan bij de politie in de hoofdstad en daarbuiten, als perfect tweetalige uiteraard.

De keuze die we moeten maken. Ik ga voor wiskunde en word deze keer niet tegengesproken.

In de vijfde Latijn-Wiskunde (1968-1969) wordt "kotje" René Eggermont onze klastitularis.

Hij is onze leraar Frans, ook het jaar daarna, en leert ons "Bonjour tristesse" van Françoise Sagan kennen.

De vrouw van René, Netje, houdt in de Lauwestraat een café open, de "Wagenmakerij". In plaats van naar de mis te gaan op zondag gaan we er pinten pakken. Dit is een doorn in het oog van het college.

Het schooljaar wordt afgesloten met de traditionele resultaten.



In het laatste jaar van het college, de vierde Latijn-Wiskunde (1969-1970), krijgen we Roger Duhamel als klastitularis, de broer van Paul, mijn meester van het tweede leerjaar.






Reünie SPWe februari 2025 - 6 klasgenoten uit de zesde Latijnse: Rik Devriendt, Carl Scherpereel, Hendrik Poelman, Geert Lietaer, Arnold Seynnaeve en José Debel.

Roger heeft een natuurlijk gezag en geeft geschiedenis en Nederlands.

Priester-leraar Alfons Bouckaert is onze leraar Latijn. Door weer en wind komt hij telkens van Menen gefietst om ons te onderwijzen in de taal van Caesar.

Als zijn schoenen doordrenkt zijn van de regen, loopt hij op zijn sokken rond, Latijnse schrijvers debiterend.

Als we een versie-oefening (vertaling van het Latijn naar het Nederlands) moeten maken, geeft hij ons de raad de vertaling eerst eens thuis voor te lezen, als de familieleden er niets van begrepen hebben, begin maar opnieuw.

Op het einde van het schooljaar wordt hij vervangen door "supinum".

In 1970 komt een gastleraar, boekhouder Roger Vandelanotte uit Wevelgem, ons wegwijs maken in de BTW, die wordt ingevoerd in België vanaf 1 januari 1971.

De leraars eten graag een vieruurtje op het college en de Wevelgemse bakkers hebben een beurtrol. Als het vaders week is lever ik 's middags 3 à 4 broden per dag, dat is veel vind ik maar goed voor de commerce.

In het depot Desimpelaere in de Kweekstraat koop ik mijn eerste single, Honky Tonk Woman van The Rolling Stones. Mijn eerste LP wordt Nashville Skyline van Bob Dylan.

Ik begin Cyriel Buysse te lezen in de vierde Latijnse, de romans met de rode kaft uit de bibliotheek.

Mijn favoriete romans zijn “’t Bolleken” en “Het Volle Leven”.

Ik associeer Buysse nog steeds met de muziek “Truth” van Jeff Beck.
Op een dag is de titel van het te maken opstel: "Bij de kapper". Roger Duhamel weet zijn titels te kiezen in tijden van aankomend lang haar.
Ik laat mij inspireren door de naturalistische stijl van Buysse en laat blijken dat ik niet graag naar de kapper ga. Roger kiest als beste opstel en hij leest het ook voor, dat van Franki Olieu. Franki, nochtans ook al een fan van lang haar, maakt van een kappersbezoek bijna een feest ... in zijn opstel.
Op einde van het laatste jaar in het Sint-Pauluscollege worden de resultaten en zoals steeds prijzen uitgedeeld.

Ik krijg de prijs "Firma PLUSH - Wevelgem", waarschijnlijk omdat mijn tante Marie-Joseph, zuster van mijn moeder, daar als secretaresse werkt.



Jan Vandenberghe bezorgde me foto's uit de periode 1977-1987 toen hij er subregent en leraar was:








Op 20 september 2022 werd in WZC De Groene Verte in Merkem hulde gebracht aan Georges Dujardin, de man in het wit - zittend centraal - voor 60 jaar priesterschap. Meteen een gezellige reünie en vrolijk weerzien van dertig enthousiaste mensen met een SPWE-verleden, al dan niet met partner. We zien meerdere boegbeelden van het Sint-Pauluscollege in Wevelgem: Paul Leman, Roger Duhamel, Norbert Moreel, Wilfried Declercq, Rudiger Verschoore, ...



Na het Sint-Pauluscollege zetten we samen, beste lezer, in een volgend stukje, de stap naar het Sint-Aloysiuscollege te Menen:

Freudiaanse versprekingen in het Sint-Aloysiuscollege


maandag 18 september 2017

R.I.P. Marc Meulemeester

 
Marc wordt geboren te Wevelgem op 25 augustus 1953 en gedoopt door pastoor Lauwers.
 
 
Na de kleuterklasjes in de Wijnbergschool wordt Marc intern in Aalbeke tot zijn 12 jaar.
 
Daarna kiest hij voor het Sint Pauluscollege en volgt de moderne afdeling.
 
Klasfoto met Marc zittend in het midden, met open jas.

 
 
De "studiemeesters" hebben er zeer losse handjes en op een dag wordt hij letterlijk uit de avondstudie geschopt omdat hij gezien geweest is met een meisje op een bank in het park.
 
Het bewuste meisje was, naar verluidt, de dochter van iemand die per fiets een soort "toezicht" hield op het college en/of in "den hof", de gemeentelijke hovingen. Marc was de rotte appel in de mand die moest verdwijnen, geeft de directie als uitleg.
 
Het zijn beruchte tijden voor het college. Op een avond wordt zelfs een deel van de speelkoer uitgebroken. De daders lezen misschien nu nog mee ...
 
Marc zet zijn humaniorastudies verder in het atheneum van Kortrijk.
 
Hij is een speciale maar toffe gast, die in veel dingen een voorloper is en de eerste hippie wordt van de Wijnberghoek. We kijken naar hem op. Ik zie ons nog tafelvoetbal spelen in het pas geopende parochiaal centrum op de Wijnberg "den Tempel" in 1967, op de jukeboxklanken van Procol Harum, "A Whiter Shade of Pale'.
 
In 1971 schaffen we ons een gitaar aan en samen met Rik Dhaene, die bongo speelt, richten we "'t Scheuvel van den Dag" op, een Oostendse uitdrukking, ontleend aan mijn grootmoeder, voor iemand die er wat slordig gekleed bij loopt.
 
We oefenen in de jeugdclub en in het "kot" van Marc. Hij mag van zijn ouders een schuurtje inrichten als zijn habitat.
 
Aan het "kot" van Marc.
 
Een optredentje in den "Instuif" of de "Stillen" van de JC
 
Op zondag 2 mei 1971 treden we op voor de Chiro van Wervik, met meer geluid dan muziek.
 
 
 
Er wordt ook opgetreden in de "Shake" in Kortrijk.
 
Het meeste geluid produceren we, als we met elektrische gitaren, die we mogen lenen van de muziekwinkel Beyens op de hoek van de Klooster- en Vanackerestraat, optreden in de "Plaza" in de Lauwestraat te Wevelgem.
 
" 't Scheuvel" wordt voor die gelegenheid versterkt met zanger José Wylin en mijn broer Johan, de enige die echt gitaar kan spelen.
 
Hoewel de muziek op niets trekt, hebben we veel succes bij het wild enthousiaste publiek en "manager" Beyens ziet zelfs eventjes brood in ons.
 
Marc zet zijn humaniorastudies vroegtijdig stop en gaat aan de slag bij de firma Vandewiele in Marke, in afwachting van zijn legerdienst, die hij vervult bij de verkenners in Spich in Duitsland. De wilde haren moeten eraf.
 





 
Hij zwaait af en een week later slaat het noodlot toe na einde dagtaak bij de firma Vandewiele.
 
Het ongeval met zijn witte "mobylette cady" wordt niet als arbeidsongeval erkend. Hij reed niet rechtstreeks naar huis maar naar zijn vriendin in Kortrijk.
 
Met Frank Lecluyse en broer Johan gaan we Marc nog een laatste keer groeten waar hij opgebaard ligt, zijn gezicht is ongeschonden.
 
Een bijzonder iemand verlaat ons veel te vroeg.
 
 
 
 
 

Wijnbergse winkeliers, middenstanders, handelaars en landbouwers in de jaren 60-70

Gerard Vromman uit de Roeselarestraat op melkronde met zijn gemotoriseerde triporteur.

Papa Georges Seynnaeve op broodronde in de Roeselarestraat ter hoogte van de bussen "Eigen Kracht" van Pynaert, bijna aan de "macadam" richting Moorsele.


Met mijn triporteur op broodronde in de Wijnbergstraat ter hoogte van de schoenwinkel van Lucien Staelens tijdens de strenge winter van 1980.



Onze bakfiets staat nu gestald in het bakkersmuseum in Marke.


Er was nog geen sprake van supermarkten en de Wijnberghoek bruiste van de economische activiteit in de jaren 60-70.

We telden liefst 33 winkels/zaken in de Roeselarestraat, gelegen tussen de Roterij- en Guido Gezellestraat (behoorde de strook tussen de Roterij- en Guido Gezellestraat nog tot de Wijnberghoek?) en de Reutel- en Wijnbergstraat:

  • 3 bakkers: Marcel en Anna Loncke, vader van o.a. Lorenzo, onze ouders Georges Seynnaeve en Berthe Degroote en Georges en Palmyre Vanlede (opgevolgd door Bernard en Vincent)
Berthe en Georges op een bakkersfeest. 


Bakkerij Seynnaeve in de Roeselarestraat 183 (later huisnummer 187) - foto 1948.
Oven oude bakkerij
Oven nieuwe bakkerij
Gevel bakkerij Seynnaeve (1993)

  • kunstenaars Lionel Holvoet alias "Nille Marente" en zijn echtgenote Trees Yserbyt
Bisschop van Brugge De Smedt bij mama Berthe en broer Renaat, Lionel en Trees staan op de uitkijk.

  • 3 beenhouwers: Aline Rapoeye (die haar paté in onze bakkersoven kwam bakken), "zwienepiet" Camille Samyn en Willy, Alice en Pol Vandesteene
Op de hoek van de Roeselare- en Roterijstraat ...
1956 - Opening winkel, met Camille, Marcel en Josma.
Camille geeft les ...
Camille maakt charcuterie ...
Camille in de winkel ...
Magda in de winkel ...
Drie generaties: Marcel, Camille en Geert.

  • elektrozaak van Valère en Jacqueline Mortier-Lecompte, ouders van Françoise en Christine
Winkel van Valère en Jacqueline Mortier-Lecompte vóór de verbouwingen van 1968.
Valère en Jacqueline tijdens een braderie van de Roeselarestraat (tot aan de Nachtegaalstraat).
Valère was elektricien en brandweerman. Hier wordt hij gedecoreerd door burgemeester Gilbert Seynaeve.
  • 2 kledingzaken; "In de Tam-Tam" (o.a. zoon Dirk Baekelandt) en Diana Mortier (winkel van brei- en naaigerief en mercerie-artikelen), moeder van Mathy Bevernage. Vanwaar de naam "In de Tam-Tam"? De uitbaters van de winkel vóór Diana Defrancq hadden in de Congo gewoond ... Diana heeft de winkel uitgebaat vanaf haar 14de, ze was wees op die leeftijd.

In de Tam-Tam, op de andere hoek van de Roeselare- en Roterijstraat, eind jaren 50.
1986 - Diana Defrancq (°1932)
1986
Wegeniswerken in de Roeselarestraat, Noël Baekelandt overschouwt de schade ...

Stefaan Vanbecelaere (links), wellicht als reporter van De Weekbode.

  • meubelzaak Marcel Ottevaere (vader van Karinne en Nikolaas), gekend onder de naam "Marcel van den Bank", hij was afkomstig uit café 'den Bank' naast "Smettens gangske" en de meubelwinkel heette "Meubelgalerij Den Bank"


Marcel en zoon Nikolaas in 1971 in de Roeselarestraat, recht tegenover de viswinkel van Marcel en Simonne Meulemeester.

Marcel omstreeks 1974 met zijn echtgenote Georgette Deneckere en zoon Nikolaas.
Georgette Deneckere, echtgenote van Marcel Ottevaere.

Karinne Ottevaere aan de arm van haar neef Rik Tanghe ,beiden geboren in 1951, aan meubelgalerij Den Bank in de Roeselarestraat, nog met kasseien (1955).

  • meubelzaak van Julien en Paula Houssin (ouders van Erwin en An), op de hoek van de Nachtegaalstraat)
Meubelen Houssin, kant Nachtegaalstraat (met dank aan Ady Naeyaert).

  • vis- en groentewinkel Marcel en Simonne Meulemeester, ouders Marc en Christine
  • de wasserij van Antoon Bevernage en Yvonne Vanhalst, ouders van Rik (+2018), Geert, Jan en Lieve
Wasserij van Bevernages. In 1898 was het een jeneverstokerij en sedert 2011 een wijnbar en tapasrestaurant.

  • velomaker Eugène Vanneste "Smette" die ook het café "De Grenadier" (met benzinepomp) openhield
"De Grenadier" in de Roeselarestraat op de Wijnberghoek in Wevelgem. Van links naar rechts: dochter Jeanne, vader Alidor Vanneste, moeder Adeline Masschelein, dochter Georgette en zoon Eugène, ongeveer 12 jaar oud (foto van omstreeks 1925).



Eugène Vanneste met dochter Jenny, beiden hielden De Grenadier open.


  • 3 coiffeurs: Lionel Vandenbroucke, Cruycke en Stafke die ook het café "De Nachtegaal" openhield
  • 2 kapsters: Frieda (dochter van Odile Donckels en Agnes Deneckere) en Rita Dierick
  • 4 winkels met kruidenierswaren: Cecile en Roger Verraest (klein- en groothandel), Esther, gehuwd met Leon en de veel te vroeg overleden moeder van Jeanine, Jenny, Annie en Rik Dhaene, de Welvaart (Rosette en Medard Vandenbroucke) en Germaine Wetsoen (zus van melkboer Louis Wetsoen in de Lode de Boningestraat)
  • dakdekker Detremmerie
  • apotheker Noel Debaere (later Geert)
  • cafés "America" met Josée en de "Vlasschaard"
  • stovewinkel Adhemar De Keyzer, familie van Carl De Keyzer
  • melkboer Gerard Vromman, vader van Frans en Marleen
Frans Vromman over zijn vader Gerard: "Vader deed zijn melkronde aanvankelijk met een triporteur die hij zelf trapte geholpen door een hond , genaamd Max (zelf niet gekend maar ik weet het via de overlevering). Daarna kocht hij een triporteur met motor. Was zeker in gebruik eind jaren '50 tot medio jaren '60. Heb er zelf enkele goeie herinneringen aan. Uiteindelijk maakte hij de overstap naar een VW camionette die in de week gebruikt werd voor de melkronde (zetels eruit) om dan in het weekend familie-uitstappen te doen. In de maanden juli en augustus steevast elke zondeg naar zee, Oostduinkerke."

Gerard Vromman met moeder Alice, Frans en Marleen aan zee.

  • schilders Defrancq en Delaere
  • Diana van de Klokke (café), moeder van Jeannot Dhaene
  • Garage en benzinestation van Jean Delplancke, vader van Ann en nonkel van Frank Lecluyse
In de andere straten op de Wijnberghoek was het aantal middenstanders eerder beperkt:
  • Wijnbergstraat: schilder Vandendriessche, beenhouwer Mathys, schoenmaker Lucien Staelens, kruidenierswinkel Deruyck, schilder Vromman, kleermaker Maurice Balduyck, bierhandel en limonadefabriek van Bacelle "Valpo", superette Gerda en de cafés "In de Wijnberg" en "'t Brouwerietje" (in de Moorselestraat aan "Cneuts").
  • kolenhandel Debels in de Kleine Wijnbergstraat (nu Paridaanstraat)
  • de Vancas in de toekomststraat
  • beenhouwer Goemaere in de Vrijheidstraat
  • schilder Scherpereel, de cafés "'t Verzet" en "In de welgekende Sneppe", de bussen "Eigen Kracht" van Pynaert (vader van Johan Pynaert), de benzinepomp van Goemaere (zoon Guido wordt later elektricien op de Wijnberghoek) en de zadenhandel van Callens verderop in de Roeselarestraat
Cyriel Deleu op bierronde in de Roeselarestraat ter hoogte van het busbedrijf "Eigen Kracht" van Pynaert.

De Wijnberghoek kende ook een aantal landbouwbedrijven. In het begin van de Ezelstraat had je aanvankelijk de vlasroterij Luyckx. Vader Luyckx werd vroeg weduwnaar met acht kinderen (Leona (+), Lucien, Géry (+), Herve, Werner, Lucrèce, Lionel (+) en Ingrid (+)), de vlascommerce ging fel achteruit en de roterij werd een varkenskwekerij (later door Géry omgebouwd tot een motel,"Happy Day", en nu bestuurd door zijn zoon Charlie).

Wat verderop in de Ezelstraat, op de rechterkant, had je boer Elie Luyckx die nu nog altijd op de boerderij woont. Door de aanleg van de A19 (hier klikken voor meer info over de A19) kon je zijn boerderij niet meer bereiken vanaf de Ezelstraat, dit was enkel nog mogelijk vanuit Moorsele.

Het kruispunt (het kapelletje is al verdwenen) voorbij met de Moorselestraat en nog steeds in de Ezelstraat had je de boerderij van Georges Devlies, nu uitgebaat door zijn zoon Jozef.

Nog verder in de Ezelstraat de boerderijen Wallecan en  Roelens (boer Eric stierf jong en onverwacht op zijn tractor).

Hoeve Roelens in de Ezelstraat

Hoeve Wallecan in de Ezelstraat

Al deze landbouwbedrijven waren zeer goede klanten van mijn vader.

Met de komst van de grootwarenhuizen ging de kleine middenstand geleidelijk aan kopje onder.

De bakkers hielden min of meer stand! Op vandaag tellen we nog 2 bakkerijen, Vanlede en Geldhof.

Kapster Rita en apotheker Debaere zijn ook nog steeds actief.


Bakkerij Vanlede op de Wijnberghoek
Apotheek Debaere