Posts tonen met het label Bernard Denys. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bernard Denys. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2020

In Memoriam Bernard Denys


Bernard Denys overleed te Leuven op 15 juli 2020.

Hij was klastitularis van de retorica in het Sint-Aloysiuscollege te Menen van 1963 tot 1974.

We namen afscheid van Bernard op 24 juli 2020 in de Sint-Jan-de-Doperkerk in het Groot Begijnhof te Leuven.

Magda Lambert, afkomstig uit de Nachtegaalstraat te Wevelgem, nam er het woord:

"Beste Nelly, 
Beste familie en vrienden van Bernard, 

Bernard Albert Jan Maria Denys werd geboren op 10 januari 1934 in Roeselare, als eerste kind van Clara Van Damme en Jan Denys. Er zouden nog 4 jongens volgen. 

Het ouderlijk huis stond op de Grote Markt van Roeselare, op een boogscheut van het Klein Seminarie waar Bernard uiteraard naar school ging. Na zijn humaniora werd hij seminarist in Brugge. Hij ging ervan uit dat hij in de rol van priester de samenleving het best van dienst zou kunnen zijn. Na zijn opleiding kon hij naar Leuven gaan studeren. Hij had graag geschiedenis gevolgd, maar het bisdom besliste er anders over, het werd klassieke filologie. Geschiedenis is voor Bernard zijn hele leven een passie gebleven. 

In 1962 werd hij aangesteld als leraar in het Sint-Amandscollege in Kortrijk. Na 1 jaar werd hij overgeplaatst naar het Bisschoppelijk college Sint-Aloysius in Menen. Het werd een schitterende tijd voor Bernard. 

Arnold Seynnaeve een oud-leerling van de retorica van 1973 schrijft in zijn gedenkschriften (hier klikken): “Onze klastitularis in de retorica is "Narre" of "den Dennis". Bernard Denys geeft Latijn, Grieks, Frans, godsdienst en kunstgeschiedenis. Een betere klastitularis kan je je niet indenken.” 

Philippe Clerick schrijft op zijn blog (hier klikken): "Op het einde van het schooljaar laat Meester een liedje horen van Zjef Vanuytsel, "Ik Weet Wel Mijn Lief". Hij zei daar dan bij dat hij als priester geen lief had, maar dat zijn klas die rol een beetje overnam, lief stond voor “klas”. 

En tenslotte Dirk Claerbout: "Ik keek op naar Bernard, letterlijk, want Bernard was een rijzige man, die liep met de rug kaarsrecht. Ik herinner mij zijn blik die wijd om zich heen keek, niet wantrouwig, met iets van het latijnse circumspicere. En hij verwoordde zijn ideeën en gevoelens met veel nuance."

Ere-Rector Vervenne, zelf oud-leerling van Bernard, zal straks iets meer vertellen over de betekenis van Bernard gedurende die 11 jaar in het college. 

Doorheen heel het leven van Bernard was er voor hem een onschatbare ankerplek, de Klokkeput. 

De klokkeput, een voormalige landelijke herberg, op de schreve tussen België en Frankrijk, in Leisele, niet ver van Hondschote. De klokkeput is voor velen een nostalgische  plek met schitterende herinneringen. Oudjaar vieren, de knisperende houtkachel, slapen op matrassen op de grond, iets drinken in de Haezepoel, zomerse wandelingen maken in de streek tussen de akkers met de kerktorens als kompas. Het waren stuk voor stuk memorabele momenten en nu hartverwarmende herinneringen. 

De klokkeput is er nog altijd. Alles straalt er naar Bernard. Misschien moeten we allen, tenminste als Nelly dat ziet zitten, en wanneer we gevaccineerd zijn tegen corona, eens op een 15de juli, teruggaan naar die unieke  plek. De klokkeput, dat is Bernard. 

In de vakantie van 1974 wordt hij ontboden bij de Bisschop van Brugge. Bernard mocht niet blijven in het college en werd overgeplaatst als godsdienstleraar in het Atheneum van Oostende. Een bittere pil om te slikken. Hij verhuisde naar Oostende, De stad aan zee.

Voor Bernard was enkel godsdienstleraar zijn in het Atheneum, na zijn heuglijke tijd in het college van Menen, iets onwezenlijk. 

Bernard hield goede contacten met zijn oud-leerlingen en zocht hen regelmatig op in Leuven. Zo heeft hij ook Christine, in die tijd studente Romaanse filologie, leren kennen. Zijn leven werd anders, maar het ontbrak hem aan tevredenheid in zijn job. 

Bij gelegenheid spraken wij over de toekomst. Hij vertelde dat een aanstelling als leraar in een andere katholieke school uitgesloten was. Die deur was potdicht. Welke jobmogelijkheden waren er nog? Het toeval wil dat er in 1977 een vacature is voor het onthaal van buitenlandse studenten aan de KU Leuven. Bernard was geïnteresseerd in andere culturen, had veel gereisd, sprak verschillende talen, ging graag met jonge mensen om. Uiteindelijk solliciteerde hij en kreeg de opdracht. Drie jaar later, in 1980, wordt hij aangesteld als Directeur van het Groot Begijnhof in Leuven. Een gekoesterde droom ging in vervulling. 

Bernard schrijft zich in 1985 in voor een groepsreis naar Griekenland. Vooral jonge mensen reizen mee, ook Nelly. Nelly en Bernard, gelijkgestemde zielen hebben elkaar in Griekenland gevonden. Nelly werd zijn levensgezellin, zijn echtgenote. Ze waren 35 jaar lang een warm koppel, vulden elkaar aan, hadden veel gezamenlijke interesses. Na het begijnhof nestelden ze zich in een statig herenhuis in de Leo Dartelaan. Het is een huis waar rust en vrede heerst. 

In 1996 wordt er in het Begijnhof onder impuls van Bernard en enkele bewoners een leesclub opgericht. Volgens Nelly de enig club waar Bernard ooit lid van werd. Bernard zelf besliste in 2017 de leesclub te verlaten, omdat zijn geheugen slechter wordt. Gedurende de 21 jaren dat hij naar de leesclub kwam, werden 190 boeken gelezen, besproken en becommentarieerd. Bernard bleef altijd bescheiden, hij formuleerde rustig en geargumenteerd zijn mening over een gelezen boek. Hij bleef een heer, een minzame rustige présence tussen die kwetterende vrouwen. De Leesclub komt nog iedere maand bijeen, maar we missen Bernard.

Enkele jaren geleden wordt bij Bernard de ziekte Lewy-body-dementie vastgesteld. Hij blijft er tevreden en blij uitzien. Verleden jaar in de winter gaan we samen wandelen rond de vijvers van de arkabdij.  De foto op de kaart dateert van toen. In 2020 komt zijn ziekte in een stroomversnelling. Nelly zorgt met veel genegenheid en liefde voor Bernard. In coronatijd zingt hij nog mee met de buren in de straat. Enkele weken later is hij rustig gestorven . 

Bernard, mijn trouwe vriend. 56 jaar heb ik jou gekend, we waren gehecht aan elkaar. Als Bernard iets moois zag, of als hij iets bijzonders beleefd had, of een schitterend boek had gelezen, dan waren zijn woorden: het is buitengewoon! 

Voor mij en wellicht voor velen van jullie, was vooral Bernard zelf Buiten-gewoon."


Na Magda Lambert sprak Prof. dr. Marc Vervenne, Ere-Rector van de KU Leuven en president van het Groot Begijnhof te Leuven een eerbetoon uit:




Voor de volledigheid hierna de volledige reactie op Facebook van klasgenoot Dirk Claerbout op de blog van die andere klasgenoot Philippe Clerick:

"Ontroerende, echte hommage die de waarheid geen onrecht aandoet door de onbetrouwbaarheid van ons geheugen. Ik bewaar aan Bernard heel warme herinneringen. Hij slaagde erin om mij beter te doen voelen. Als intern in het college te Menen voelde ik me echt niet goed, niet thuis, kortom ongelukkig. Als intern leerde ik Bernard reeds kennen in de derdes (nu 4de jaar) toen hij geregeld (wekelijks of minder vaak, dat weet ik zo goed niet meer) bezoekjes bracht aan de internen, ‘s avonds, in de bar van het college tussen half acht en half negen. Wat een verademing voor ons internen, de andere priester-leraars/subregenten waren cipiers die tegen hun gedacht op de werkvloer gedropt leken. Zijn rust, zijn zachtheid, zijn wijsheid zorgden ervoor dat ik me wat meer ging thuis voelen op het college. Ik ging de (college)wereld wat rooskleuriger zien. Elke ongelukkige dag was een verloren dag. Telkens ik Bernard zag, werd ik daaraan herinnerd. Het was aan mij om me beter te voelen i.p.v. me te wentelen in gevoelens van ongeluk. Ja, ik keek op naar Bernard, letterlijk, want Bernard was, zoals Philippe schrijft, een rijzige man. Bovendien liep hij altijd met de rug kaarsrecht, niet krampachtig gebocheld zoals veel malcontenten. Bernard verwoordde zijn ideeën en gevoelens met veel nuance. Ik herinner me ook zijn blik die wijd zag en omzichtig, niet wantrouwig, om zich heen keek, iets van het Latijnse ‘circumspicere’. Bernard was ook een beetje ’groen’ avant-la-lettre. Hij bestuurde geen wagen (en toch raakte hij overal, wat ik zeer bewonderde) en dat was een milieuvriendelijke reflex. Auto’s gingen ook niet zo snel vooruit wist hij ons eens te vertellen: als je alle werkuren om een auto te ontwerpen, te assembleren en te onderhouden erbij telde, dan haalde dat de gemiddelde snelheid flink naar beneden. Dat was een ideetje dat ik eens terloops hoorde en geen mantra waarmee hij tegen onze kapitalistische industrie ten strijde trok. Trouwens, strijden en vechten waren woorden die hij niet in de mond nam, die niet bij zijn natuur hoorden. Daar heb ik ook dikwijls aan gedacht en ik ben gelukkig met die gedachte. Je ijvert beter voor iets dan dat je er voor vecht. Bernard was priester maar niet klerikaal, daar keek ik echt naar op. Streven naar macht om de macht en de meedogenloze ambitie die daar aan de grond van ligt, het zijn geen leuke dingen en ze hebben al vele mensen diep ongelukkig gemaakt en hun persoonlijkheid aangetast. Ik herinner me ook een incident met de subregent van het internaat toen ik in de retorica zat. Op een vrijdagavond was er in het Menens atheneum een filmvoorstelling van ‘Elise ou la vraie vie’ naar de succesroman van Claire Etcherelli. Daar wou ik naartoe, maar dat mocht helemaal niet. Waarom eigenlijk? Was het om de inhoud van de film (een liefdesverhaal tussen een mooi jong Frans meisje met een mooie naam en een ’gastarbeider’, ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd) die te ’links’ of te gewaagd was (misschien belandde Elise met haar anderskleurige vriend wel in bed met het nodige functionele bloot!). Misschien was het dat, maar misschien was het dat ook niet. Misschien was het dit, zei Bernard heel rustig: het ‘odium loci’. Met het college naar een atheneum gaan, dat was misschien wel heel fout toen ..."

Ook een FB-reactie van nog een klasgenoot, Filip Desmet ...

"Met Katrien hier ver van huis al veel over Bernard gedacht: Katrien vooral over een mens "eerlijk en rechtvaardig, open en zachtaardig." Ik vooral over het onrecht dat hem is aangedaan. Hoe kan in godsnaam een mens een mens zoiets aandoen? Hem met 1 klap alles ontnemen wat hem zo dierbaar was. Op zijn uitvaart sprak oud-rector Vervenne daarover. En dan moet ik terugdenken aan onze acties van toen. En, neen Philippe, ik heb geen spijt. Van onze comité-vergaderingen in De Overkant of bij me thuis, van onze nachtelijke plaktochten, van de actie bij Mistero Buffo of het protest tegen de bisschop aan de St-Franciscus met mijn eerste uren in de cel. Het was ons niet 'om propaganda' te doen maar om eerlijke verontwaardiging. Tegen die achterbakse combine van jaloerse collega's, Menense notabelen en een paar verontruste ouders. Bernard was nu eenmaal niet hun beeld van een priester, een leraar, een collega, een mens. Een pamflet n.a.v. komende verkiezingen werd de druppel. En dus verenigde dat volk zich van katholiek tot liberaal, hun namen begonnen eigenaardig vaak met een D, om datgene af te nemen wat een mens het dierbaarst is: zijn werk, zijn omgeving, zijn vrienden, zijn stad. En ja, dan voel ik ook spijt. Als ik nu al die mensen hoor die Bernard zo hebben omarmd, dan besef ik dat we een veel ruimere actie hadden moeten maken. We dachten in onze jeugdige overmoed dat we harder moesten zijn, we hadden breder moeten zijn. Om sterker te zijn, misschien zelfs sterk genoeg om een groot mens het leven te gunnen dat hij heeft verdiend...".

... en een antwoord van Philippe Clerick:

"Ik heb ook geen spijt dat ik actie gevoerd heb, integendeel. Het is een dubbel gevoel. Blij dat ik iets gedaan heb voor Bernard, samen met de andere verontwaardigden, en schaamte dat ik tegelijk bezig was met politieke recuperatie. Ik herinner mij een vergadering met Ludo Martens - ik weet niet meer of jij daar bij was - die ons uitlegde hoe we het probleem van de afgedankte leraars moesten aanpakken. Hoe we er het ontslag van Ludo VG en Romain D bij moesten betrekken. Hoe we de slagzin moesten propageren: 'tegen de afdanking van communistische en progressieve leraars'. Ik herinner mij ook hoe ik geprobeerd heb Bernard te overtuigen om een interview te geven aan het blad van de Kommunistiese Jeugdbond.

De actie bij Mistero Buffo heb ik elk jaar in de klas verteld, in mijn lessen over theater.

Ik weet niet of onze acties te hard waren. Die aan de Sint-Franciscuskerk was misschien wat provocatorisch, maar het was ook de harde reactie erop die de perceptie bepaalde. Of we de actie breder hadden kunnen opzetten, weet ik evenmin, met de beperkte middelen en ervaring die we hadden.

...

Het stuk Mistero Buffo, waar Filip naar verwijst, gaat gedeeltelijk over die kloof tussen het optreden van Christus en dat van zijn kerk.

...

We hadden de acteurs op voorhand gecontacteerd en op de hoogte gebracht van de overplaatsing van Bernard. Op het moment in het stuk dat paus Bonifatius dreigt dat een opstandige priester met zijn tong aan een kerkdeur zal worden opgehangen, verwijst de acteur expliciet naar wat in Menen gebeurd was. Er kwam toen een geweldig applaus van de zaal. Achteraf heeft Jan Decleir opgeroepen om deel te nemen aan een discussie over het voorval. Ik meen mij te herinneren dat ik toen ook de microfoon genomen heb."

Om af te sluiten onze klasfoto uit 1973:


Bernard en de klasgenoten van links naar rechts: Dirk Desreumaux, Bernard Denys, Jean-Paul Soen, Tom Verschaeve, Dirk Claerbout, Filip Desmet, Geert Vanhauwaert, subregent, Philippe Clerick, Herve Mahieu, Frans Josson, Henri Tahon, Arnold Seynnaeve, Benjamin Mahieu, Jan Vercruysse, Luc Commeyne (overleden), Eddy Mahieu, Jan Vervaeke, Michel Nollet en Eddy Callewaert (overleden).

vrijdag 22 september 2017

Sint-Aloysiuscollege Menen (1970-1973)






(Ingekort) filmpje van Dirk Trachet over enkele leraars in het Sint-Aloysiuscollege te Menen, vermoedelijk in 1974: we herkennen: Joris Delameillieure, Urbain Dewaele, Bernard Denys, Bruno Creus, Johan Nuttin, Marc Reynaert, Antoon Vandendriessche en Roland Vyvey.




In het laatste jaar humaniora in het Sint-Aloysiuscollege te Menen krijgen we les van Joris Delameillieure, hij geeft Nederlands en Duits.

" 't Witje" is zijn lapnaam, neen, eerder zijn bijnaam want het is positief bedoeld, omdat hij altijd een witte stofjas draagt als hij les geeft. Een witte "skorte" of "skabbe" zoals we in Wevelgem zeggen.
Het is een zachtaardige man met toch veel gezag.

Ik ben op Internet op zoek gegaan naar foto's van of met Joris maar heb er geen gevonden.

Dan maar een kijkje genomen in mijn privécollectie, en ja, een foto gevonden uit 1964.

Joris is dan al actief op de Wijnbergparochie in Wevelgem en staat links op de foto tijdens de dag van het "heilig" vormsel op 12 mei 1964.

De vier misdienaars verdienen het vermeld te worden, van links naar rechts: Frans Vromman (zoon van melkboer Gerard), Pol Stragier (uit de Wijnbergstraat), oudste broer Johan Seynnaeve en Patrick Depoortere (uit de Nachtegaalstraat).

Frans en Johan worden die dag als misdienaar gevormd. Patrick en Pol zijn een jaar jonger en moeten nog een jaartje wachten.


Joris is klant bij mijn vader en ik ga heel dikwijls met brood bij hem aan huis in de Vrijheidsstraat. Aan de overkant woont Roland Vyvey, nog een leraar van het Sint-Aloysiuscollege. Roland met zijn groen kevertje, zijn wagen bedoel ik, geeft wiskunde en fysica. Een man met een hart van koekebrood.


Roland Vyvey

Onze leraar scheikunde, André Vanassche, sterft in 2024.

André Vanassche

Joris Delameillieure overlijdt plots thuis in Wevelgem op 15 juli 2010 nadat hij al een tijdje op rust is.

Ik wijk echter af en keer terug naar 1973. In één van de lessen Nederlands van Joris is een spreekbeurt houden de opdracht, de keuze is vrij.

Ik kies een onderwerp in functie van mijn toekomstige studies en ga voor "Freudiaanse versprekingen".
In een ander stukje kan je al vernemen dat die toekomstige studies in de psychologie een snelcursus zullen worden.

Aan de K.U.L. krijg ik vakken als filosofie van De Wachter, moraalfilosofie van Desmaele, neurofysiologie van Callens, biologie van Koch, psychologische statistiek, psychodiagnostiek, sociale en culturele antropologie van Roosens en experimentele psychologie van Claeys, een professor die eruit ziet als Omar Sharif en die steeds kan rekenen op een flinke aanwezigheid van vrouwelijke studenten in de aula.

Ook nonnetjes zitten op de eerste rij in de aula tijdens zijn lessen, we hebben immers te maken met een katholieke universiteit.

Wanneer "Omar" het fijntjes heeft, met een blik op de nonnetjes, over sublimering en projectie, voelen ze zich ietwat ongemakkelijk.

"Sublimering" en "Projectie" had ik beter toegevoegd aan mijn spreekbeurt over de Freudiaanse versprekingen, net zoals "Vrije associatie" en "Verdringing", allemaal leuke termen en onderwerpen in de psychoanalytische wereld van Freud.

Vooral omdat mijn spreekbeurt nogal kort uitvalt, hoop en al bijna een A4-tje vol en enkele minuten lang durend.

Dat het kort uitvalt is te verklaren. In 1973 kunnen we nog geen opzoekingen doen op Internet, het moet uit de boeken komen. Bovendien valt over het onderwerp eigenlijk weinig te zeggen, zelfs op vandaag, na opzoekingen op het net.

Volgens Wikipedia is een Freudiaanse verspreking een verspreking, die onbedoeld onthult wat (wellicht onbewust of ontkend) belangrijk is in de geest van de spreker, wat hem pre-occupeert.

Je kan ook te maken hebben met Freudiaanse verschrijvingen of Freudiaans verkeerd horen.
De klassieke voorbeelden zijn:
  • "hatelijke" groeten i.p.v. "hartelijke" groeten onderaan een brief (onbewust zou de schrijver de geadresseerde eigenlijk haten)
  • de voorzitter die de vergadering opent met de woorden "Ik verklaar de vergadering voor gesloten" (hij wou dat ze al voorbij was)
Een beetje (zeer) ver gezocht is misschien wel "uw toegenepen doodkind" in plaats van "uw toegenegen doopkind", onderaan een nieuwjaarsbrief.

Een leuke is wel "belastigdienst" i.p.v. "belastingdienst" op een aanwijsbord.

Klasgenoot Tom Verschaeve laat me ondertussen weten dat hij zich mijn spreekbeurt nog goed herinnert en hij bezorgt me nog enkele leuke versprekingen:
  • een staande "ovulatie" i.p.v. "ovatie"
  • alle "hengsten" aan dek (all hands on deck => alle hens aan dek)
Maar beter had ik dus nog wat Freudiaanse onderwerpen toegevoegd, ik wil ze wel even (opnieuw) "kort" toelichten.

"Sublimering" is het omzetten van oerdriften (angst, seksualiteit, agressie, ...) in sociaal of maatschappelijk geaccepteerde vormen, zoals ambitie voor studies, werk, kunst, wetenschap, ...
Ben ik met mijn blog aan het sublimeren?

"Vrije associatie" - daar maak ik volop gebruik van momenteel bij het schrijven van mijn stukje - is "zonder nadenken" zeggen of schrijven wat je te binnen schiet. Een patroon of verklaring zou te ontdekken zijn en je krijgt inzicht in dieperliggende motieven en ervaringen.

"Verdringing" - het woord komt al ter sprake in de (onder)titel van mijn blog - is een proces waarbij gedachten, beelden, herinneringen of wensen naar het voorbewuste (onderdrukking) of onbewuste (verdringing) worden teruggedrongen. Toch wel een handige techniek als je het niet over een bepaald onderwerp of deel van je leven wil hebben.

"Projectie": wanneer men eigenschappen of emoties van zichzelf tracht te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders.

Joris, als je nu kan meelezen, zou dat geen betere spreekbeurt geweest zijn?

Je moet de spreekbeurt natuurlijk nog altijd brengen voor een klas, een publiek. Ook geen gemakkelijke opdracht, spreken voor een publiek. Altijd al de "trac" gehad als ik dat moest doen. Door mijn job bij de NMBS en door de gemeenteraad is dat toch al wat gebeterd met de jaren.

Ook ben ik nog steeds benieuwd wat mijn klasgenoten, op de foto hierna, van mijn spreekbeurt hebben gevonden. Herinneren ze zich dit nog of zijn ze dit gewoon vergeten, hebben ze het onderdrukt of verdrongen?

Retorica 1973 - Latijn-Grieks en Latijn-Wetenschappen.
Onze klastitularis in de retorica is "Narre" of "den Dennis" Bernard Denys (tweede van links op de foto), hij geeft Latijn, Frans en Godsdienst. Een betere klastitularis kan je je niet indenken.

Bernard Denys overlijdt te Leuven op 15 juli 2020.




Klasgenoot Philippe Clerick schreef een mooi eerbetoon Afscheid van meester.

Op de foto vind je ook nog de subregent en de directeur. Ze hebben beide mooie lapnamen die ik hier niet vermeld, je weet nooit dat er nog een mee leest.

De klasgenoten van links naar rechts: Dirk Desreumaux, Jean-Paul Soen (overleden), Tom Verschaeve, Dirk Claerbout, Filip Desmet, Geert Vanhauwaert, Philippe Clerick, Herve Mahieu, Frans Josson, Henri Tahon, Arnold Seynnaeve, Benjamin Mahieu (overleden), Jan Vercruysse, Luc Commeyne (overleden), Eddy Mahieu, Jan Vervaeke, Michel Nollet en Eddy Callewaert (overleden).


Wetenschappelijke A en Latijn-Wiskunde 1973. Ik herken Frans Depaepe, Willy Naessens, Rik Ryssaert en de latinisten Mark Vandenbraembussche (+), Jean-Marie Declercq, Francis Viaene, Rik Devriendt en Denis Volcke.

Ik heb ook nog goeie herinneringen aan geschiedenisleraar Bruno Creus, die het ook kan hebben over de actuele geschiedenis, zoals de presidentsverkiezingen in USA. Bruno komt later (1976) ook nog een lesje geven in de Jeugdclub te Wevelgem over de gemeenteraarsverkiezingen. Het kiessysteem wordt er haarfijn uitgelegd.

Bruno laat zich ook niet onderbreken tijdens zijn lessen, tot grote frustratie van Philippe Clerick, die een crack is om de leraars aan het "lijntje" te houden door discussie aan te gaan. We zitten volop in de Amada-periode. 

Philippe, zelf leraar geworden, past nu voor zijn klas misschien wel dezelfde "Creus"-regels toe. Op tijd afblokken.

Op zaterdagvoormiddag wordt nog les gegeven maar de verplichte avondstudie wordt in het laatste jaar afgeschaft.

In plaats van studie volgt, na de lessen, nu een dagelijkse stop in het "Brouwerietje" op de Wijnberghoek in Wevelgem, voor enkele biertjes en sigaretten en een partijtje biljart, samen met wijlen Luc Commeyne.

Op het einde van het schooljaar in 1973 laat Bernard Denys een liedje horen van Zjef Vanuytsel, ik denk dat het "Ik Weet Wel Mijn Lief" is maar ben niet zeker. Waarbij de klas staat voor lief?

Ik duid mezelf aan als verantwoordelijke om later de klas samen te roepen.

Er is al een reünie-poging begin jaren 1990, het komt er echter niet van, door omstandigheden ...

De jaren gaan voorbij en er is Facebook. We beginnen mekaar terug te vinden.

Op 15 oktober 2016 komen we al eens "en petit comité" samen bij Bistro Bruno in Wevelgem. Het wordt een echte meevaller.

15 oktober 1916 aan de Middenstand te Wevelgem.

We besluiten om een klasreünie te organiseren met de latinisten van toen, dus ook met Latijn-Wiskunde, die eigenlijk klas vormen met de Wetenschappelijke A.

Op 21 oktober 2017 komen we samen, opnieuw bij Bistro Bruno, 11 klasgenoten (6 van Latijn-Wetenschappen, 2 van Latijn-Grieks en 3 van Latijn-Wiskunde) en twee verrassingsaanwezigen, oud-leraars Antoon Vandendriessche en Bruno Creus.

Terug naar de retorica 1973.

Van l.n.r.: Tom Verschaeve, Antoon Vandendriessche, Dirk Desreumaux, Dirk Claerbout, Philippe Clerick, Hervé Mahieu, Frans Josson, Bruno Creus, Arnold Seynnaeve, Michel Nollet, Jean-Marie Declercq, Denis Volcke en Francis Viaene.

Ook Xavier Coppens, journalist en subregent van het Sint-Aloysiuscollege, komt een beetje later een kijkje en kiekje nemen.



Als Anderlecht-fan ben ik vast van plan om het met Francis Viaene te hebben over de bekermatch van KWSC Lauwe tegen en in Anderlecht op vrijdag 30 oktober 1976. Hij moest Rob Rensenbrink de ganse match op de huid zitten ... hier klikken voor het stukje dat ik over KWSC Lauwe, het kleine Anderlecht schreef. Lauwe speelde ook op 26 augustus 1966 en 28 februari 1976 een bekermatch in en tegen Anderlecht.

Met Francis op de klasreünie.

We maken opnieuw een sprongetje naar het Sint-Aloysiuscollege te Menen.

In het voorlaatste jaar (de poësis - 1971-1972) krijgen we Etienne Debrouwere als klastitularis. Ik vind hem een beetje een grijze mus. Onze klas gaat door als negatief en passief.

Ik herinner me wel dat ik een (jaar)werk maak over Felix Timmermans.

De winter van 1971-1972 is een kletsnatte winter en de boeren zitten "vast" op hun land. Met een aantal van de klas helpen we op een woensdagnamiddag boer Jules Lateur van Wevelgem, bieten rooien. Zo negatief en passief zijn we nu ook niet.

Het derde laatste jaar in het Sint-Aloysiuscollege (1970-1971) is voor diegenen die het lager hebben gevolgd in het Sint-Pauluscollege te Wevelgem tevens het eerste jaar in Menen.

Tijdens de grote vakantie van 1970 fiets ik samen met Geert Vanhauwaert enkele keren vanaf de Wijnberghoek langs de "Zevekote" en het "Moskou bos" aan het Duits kerkhof, richting Sint-Aloysiuscollege te Menen. We willen weten hoeveel tijd we er over zullen doen, het wordt iets van zeven minuten maar dan wel in koerstempo.

Menen Wald - het Duits kerkhof.

Honderden keren maken we gebruik van dit binnenbaantje. Vandaag is het niet langer mogelijk om op die manier Menen te bereiken.

Het eerste jaar in Menen eet ik 's middags op school. Onze tafel wordt steeds goed en snel bediend want mijn oudste broer Johan helpt mee opdienen als laatstejaars.

Het middagmaal op donderdag bezorgt ons steevast maagoprispingen tijdens de les technisch tekenen van Hostens. Dat komt door de frieten, het rauw gehakt en de tartaarsaus waarvan we elke week iets te veel eten.

Het eten wordt 's middags in het college klaargemaakt onder leiding van chef-kok Albert, die niet vies is van wat schunnige praat.

Ook een vieruurtje is nog mogelijk. Halve broden per man, dik gesmeerd met choco, worden er verorberd.

Vanaf de tekenklas zie ik Paul Leman dactylo-les geven aan het lager middelbaar. Ik zwaai even naar Paul, die in Wevelgem ook verantwoordelijke is in de Jeugdclub. Door hem moet ik op een zaterdag geen strafstudie volgen. Hij houdt toezicht en ik sta zogezegd niet op zijn briefje met de gestraften. Waarvoor de Jeugdclub allemaal niet goed is.

Van in een klein klaslokaaltje op de bovenste verdieping kan je het orgel in de kapel goed horen. Ik hoor er dikwijls Pink Floyd met als uitvoerder, mijn oudste broer.

De laatste twee jaren ruil ik de fiets in voor een "Mobylette", kom ik 's middags naar huis om te eten en kan ik "gemotoriseerd" enkele klanten bedienen met brood. Voor wat hoort wat.

Onze klastitularis in de derde Latijnse is de piepjonge Antoon Vandendriessche, van wie we Nederlands, Engels en Duits krijgen. Ook geschiedenis? Dat herinner ik me niet zo goed meer. Zoals Bernard Denys is Antoon de gedroomde klastitularis.

Ik sluit af met de beste herinneringen aan het Sint-Pauluscollege en het Sint-Aloysiuscollege!