Posts tonen met het label Leo Crul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leo Crul. Alle posts tonen

woensdag 16 oktober 2024

Kortrijkse c(r)ultuur uit Brugge


Dit monumentaal glasraam van 5 op 3 meter, kan je bewonderen in een gebouw waar je niet binnenstapt als je er niet moet zijn.

Als je er wel aanwezig moet zijn, heb je waarschijnlijk te veel andere zaken om het hoofd en valt het je daarom niet onmiddellijk op.

Dit kunstwerk bevindt zich in het Oud Gerechtshof gelegen in de Burgemeester Nolfstraat te Kortrijk. Het Oud Gerechtshof is eigendom van de Regie der Gebouwen.


Het Oud Gerechtshof is gebouwd in 1958 in neoclassicistische stijl, volgens het ontwerp van ingenieur-architect J. Verbeke en architect E. De Schrijver in samenwerking met beeldhouwers Alfred Courtens en Alphonse De Wispelaere ter vervanging van het justitiepaleis van 1875. Op woensdag 21 december 1938 werd het gebouw geteisterd door een brand en in 1946 brandde het volledig af.

In 1957 schreef de provincie West-Vlaanderen een wedstrijd uit voor het maken van een brandglasraam voor het nieuw gerechtshof te Kortrijk. Daniël Crul behaalde de eerste prijs en mocht zijn bekroonde ontwerptekening op werkelijke grootte uitvoeren.


Daniël Crul, geboren te Brugge op 24 april 1928, begon in 1955 met een eigen glasramenatelier en een restauratieatelier voor schilderijen. 

Hij restaureerde o.a. schilderijen uit de tijd van aartshertogen Albrecht en Isabelle, die bewaard worden in de Heilig Kerstkerk te Gent.

In 1993 werd hem de cultuurprijs Gouden Feniks toegekend. Daniël Crul overlijdt op 6 september 2003.

Tijdens het uitvoeren van de opdracht deed hij beroep op zijn 8 jaar jongere broer Antoine, die het voorontwerp en vele uitvoeringswerken voor zijn rekening nam. Ere wie ere toekomt.

Het voorontwerp stelt een rechterfiguur voor, met de attributen zwaard, weegschaal en vuur.

Vermoedelijk hebben de gebroeders Crul zich, bij het maken van die weloverwogen compositie met strenge stilering van de rijzige figuur, deels laten beïnvloeden door het karakter van de oudste tot nu toe gekende brandglasramen, uit de kathedraal van de Duitse stad Augsburg.

Kenners zien, qua primitieve beeltenis en lijnvoering, ook enige gelijkenis met de Karolingische en Ottoonse email cloisonné.

In de 12de, 13de en 14de eeuw stond de techniek van het mondgeblazen glas nog in zijn kinderschoenen, wel qua kleurenpalet maar niet op het gebied van de hedendaagse formaten.

Daardoor zien we in menig kerkglasraam of historisch gebouw kleine schitterende glasstukjes.

Ook in het monumentale glasraam in het Oud Gerechtshof hebben Daniël en Antoine een bijna identieke glas- en beschilderingstechniek bewust toegepast, in de vele kleine en middelgrote kleurpartijen.

Enige symboliek is ook treffend in dit glasraam.

Als contrast met de strakke opbouwlijnen en de dominerende verticale loodlijnen van de figuur, ziet men op de achtergrond de meer organische en speelsere vorm van de opstijgende vlammenzee.

Deze rood en oranje kleurpartij van het vuur symboliseert het vernietigen van het kwade en het slechte gedrag "des mensen", door de rechterlijke uitspraak, het zwaard en de weegschaal.

In deze vlammenzee ontwaart men kleine eivormige blanke stukjes beschilderd glas, die verwijzen naar ietwat angstige blikken van de gestrafte of veroordeelde mens, die oplost in het "niets".

De technische uitvoering, zoals het doortekenen en snijden van de kalibers (patronen), het Duits mondgeblazen antiek glas, het brandschilderen, het bakken in de oven en het in lood zetten werd door de broers in het atelier te Brugge uitgevoerd. De plaatsing in het gerechtsgebouw gebeurde ook door hen.

Daniël Crul voerde ook een opdracht (glasramen) uit in het klooster van de dienstmaagden van de Zaligmaker in de Steenstraat te Heule.

Antoine Crul, in 1936 te Brugge geboren, werd net als zijn oudere broer een gerenommeerd kunstenaar en specialiseerde zich in de keramiek. In 1977 behaalde hij in de internationale wedstrijd voor keramiek in het Italiaanse Faenza de gouden medaille. Een van de werken van zijn inzending werd sindsdien opgenomen in het museum van deze keramiekstad. Antoine Crul is overleden op 30 april 2012.

Daniël (links) en Antoine Crul op latere leeftijd.

Bij de verwelkoming van de nieuwe advocaten-stagiairs wees de gewezen en ondertussen overleden voorzitter van de rechtbank van koophandel van Kortrijk, Bernard Gyselinck er telkens op hoe bijzonder het glasraam wel was.

Vanwaar mijn interesse voor de kunstenaarsfamilie Crul uit Brugge?

In 1975 deed ik mijn legerdienst bij de zeemacht in Sint-Kruis Brugge en leerde er Leo Crul kennen.

De kazerne van toen is ondertussen opgedoekt

Als Bruggeling trof Leo het in de kazerne van Sint-Kruis tijdens zijn legerdienst en kon hij er zijn kunstenaarstalenten botvieren.

O.a. op vraag van legeraalmoezenier Roger Dubois kon hij grote ramen in de kapel retoucheren en kreeg hij na zijn legerdienst een bestelling van vier nieuwe glasramen waarvan het resultaat hierna te zien:




Vier glasramen in de kapel van de zeemachtkazerne te Sint-Kruis Brugge

Bijna 50 jaar later vonden we mekaar terug dankzij het Internet. Leo bleek in de voetsporen getreden te zijn van vader Daniël en nonkel Antoine en kan op vandaag een indrukwekkend curriculum vitae voorleggen (hier klikken).

Uit de Syntra-brochure

Zijn grootste opdracht ooit was de restauratie van 350 vierkante meter glasramen uit een kerk in Sint-Amandsberg.

Het zeven meter hoge glasraam met abstracte beeltenis van een Waregemse schoenwinkel, het vijf meter hoger brandglasraam met afbeelding van een gestileerde Sint-Elooi in de Romaanse Sint-Marrtenskerk van Koolskamp en het glasraam voor het stadhuis van Blankenberge behoren tot zijn mooiste werk.

 

Glasraam schoenwinkel Carlos "Viva di Lei" in Waregem

Brandglasraam Sint-Elooi in de Sint-Martinuskerk van Koolskamp


Eigen werk van Leo Crul in het St. Lodewijkscollege te Brugge

Restauratie door Leo Crul, van de glasramen in de kapel van het St. Lodewijkscollege te Brugge.

Het atelier van kunstglazenier Leo Crul en zijn echtgenote-graficus Rita Riemaker bevindt zich in Assebroek.





Na bijna 50 jaar een weerzien ...

Leo Crul in zijn atelier.

Rita Riemaker

De ontwerpen van het glasraam in het Oude Gerechtshof te Kortrijk worden bewaard in zijn werkplaats.


Werktekening glasraam Oud Gerechtshof Kortrijk

De technische informatie betreffende het glasraam in het Oud Gerechtshof te Kortrijk werd bezorgd door Leo.

Een slotbemerking.

Ooit was glazenier een zeer winstgevend beroep met hoog aanzien.

De "gouden generatie" van na de Eerste Wereldoorlog tot eind jaren 30 en van na de Tweede Wereldoorlog tot aan de bouwcrisis rond 1969-70, heeft meer kansen gehad om van Oostende tot Limburg en van kapel tot kathedraal of basiliek glasramen te kunnen en mogen maken.

Nu rest bijna enkel nog restauratie.

We kunnen alleen maar hopen en pleiten dat deze heel bijzondere en prachtige kunstvorm beschermd en behouden blijft en in stand wordt gehouden.







dinsdag 19 september 2017

KUL, NMBS en legerdienst ... (1973 - 1976)



Na de humaniorajaren (hier klikken) start ik in oktober 1973 de eerste kandidatuur psychologie aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Op kot in de Muntstraat, vlak tegenover het “Sloeberke”, is het moeilijk zich te concentreren op de studies.

Muntstraat in Leuven.

Ook in Wevelgem is het volop genieten van het uitgangsleven.

De oliecrisis woedt volop en op zondag 18 november 1973 kennen we de eerste autoloze zondag in België.
Ik laat de kans niet liggen om mij te laten vereeuwigen op de "platse" van Wevelgem.

Op de platse van Wevelgem tijdens de eerste autoloze zondag.

In de JC Ten Goudberge.

Ondanks goede partiële examens slaag ik niet voor de eerste zittijd. Een tweede zittijd komt er niet, vroegtijdig afgestudeerd dus. Vanaf de zomer van 1974 en in afwachting van een job help ik vader in de bakkerij, vooral met de broodrondes. Ik verzaak aan het stempelgeld waarop ik normaal recht heb.

Door toedoen van Denis Baert, de man van schepen Madeleine Wallays in Wevelgem, word ik aangeworven als “tijdelijk” contractueel opsteller op 9 december 1974 bij de NMBS (hier klikken), eerst in het goederenstation Brussel Klein Eiland en daarna tot mijn legerdienst in het station Halle met collega Guido Nelis en ontvanger Julien Taelman.

Dat je een job krijgt via de politiek is helemaal normaal voor die tijd, we leven volop in de tijd van politiek dienstbetoon en cliëntelisme. Voor een nieuwe nummerplaat, een bouwvergunning, een "vraag" aangaande de legerdienst, een aanwerving, een overplaatsing, daarvoor moet je in Wevelgem aan het adres van Denis Baert zijn.

Denis Baert

Op 30 april 1975 word ik in het Klein Kasteeltje in Brussel geschikt verklaard voor legerdienst.
Op de groepsfoto sta ik naast Guido Vanneste, de “steenkapper”, ook uit Wevelgem. Guido steekt alvast een sigaretje op, hij wordt vrijgesteld van legerdienst.



Op 1 augustus 1975 start ik mijn militaire dienst bij de Zeemacht in Sint-Kruis Brugge, waar ik een opleiding krijg van 4 maanden als regulator TRC.



Kennis van de militaire graden staat ook op het "leerprogramma". Bij de Zeemacht is iemand met veel mayonaise op de mouw en de schouder een belangrijk iemand, waarvoor je best groet.





Tijdens mijn legerdienst leer ik Jacques Duthoo uit Bellegem kennen, met wie ik kan meerijden naar en van de kazerne. Jacques is gek van wagens en met zijn opgefokte BMW, een sportmodel, zijn we telkens in de kortste keren op bestemming.
Ik ontmoet er ook Bruggeling "glazenier" Leo Crul, die me Brugge echt leert kennen. Andere jongens van mijn lichting die ik me herinner: Joost Van Tieghem, Johan Deketelaere (architect), ene Maurice Chevalier (!), de enige Franstalige, ...
Wie ik nog ontmoet in Brugge is Wevelgemnaar Guido Demeyere, enkele maanden vroeger aan de militaire dienst begonnen dan ikzelf. Enkele keren kan ik met hem meerijden van de kazerne naar Wevelgem.

Guido is een begenadigd voetballer en een groot stuk van zijn legerdienst staat in functie van de voetbalploeg van de Zeemacht: trainingen en matchen. Hij speelt er samen met o.a. Dirk Beheydt en Bernard Verheecke van Cercle Brugge.

Met Guido heb ik ongelofelijk veel dingen des levens gemeen: samen in de lagere school, in het Sint-Pauluscollege, in het Sint-Aloysiuscollege, bij de NMBS gestart, bij de Zeemacht, alle twee deelgenomen aan het examen van aspirant-verkeersleider (en niet geslaagd), samen later in het station Kortrijk gewerkt.
In de warme augustusmaand van 1975 is het bijzonderste wapenfeit 2 zondagen deelnemen als zingende Viking aan de Gouden Boomstoet, samen met alle bleus van 1 augustus.
Gouden Boomstoet 1975, in het midden kamergenoot en legervriend Leo Crul
Met ons peloton moeten we ook 2 weken de wacht houden aan het koninklijk paleis in Laken bij Bo en Fabbie. We lossen een peloton para's af. Onze geweren zijn niet geladen, puur parade dus.



Wacht aan het koninklijk paleis te Laken in september 1975 - ik sta telkens rechts op de foto.

Op het einde van de viermaandelijkse opleiding zijn Jacques en ik de laatsten van de klas, mogen we geen volgende kazerne kiezen en worden naar de telefooncentrale van Oostende gestuurd in de kazerne Bootsman Jonsen, waar niemand naartoe wil.

Ik sta rechts op de foto, links van mij, Jacques Duthoo, Johan Deketelaere en Leo Crul - november 1975 Sint-Kruis.

Uiteindelijk blijkt dit de beste post die men zich kan dromen.

Met een klein aantal matrozen moeten we in een “restricted area” 24 op 24 en 7 op 7 de dienst verzekeren. Uiteindelijk zijn we meer thuis dan in de kazerne, de laatste maanden stel ik zelf de diensttabellen op. De recuperatietijd is niet min, vooral als je dat zelf kunt bepalen.

In Oostende ontmoet ik nog matrozen uit Wevelgem, ook zij zijn iets vroeger aan de legerdienst begonnen: mijn goeie vriend Hans Feys, die tevens een mooie functie bij de Zeemacht heeft kunnen bekomen na zijn opleiding en Geert "Gerd" Dejaeghere die er fungeert als RP of MP.

In februari moeten we wel enkele weken de bunker in Vlissegem bewaken.


Als klap op de vuurpijl wordt de legerdienst ingekort en van 12 naar 11 maanden gebracht, dat is mooi meegenomen want legerdienst is toch maar verloren tijd vind ik.
We zwaaien af op 25 juni en worden met onbepaald verlof gestuurd op 30 juni 1976.



Op 1 juli 1976 - het wordt een snikhete dorstige zomer met "zomeruren" -  hervat ik het werk bij de NMBS en kom ik terecht op de toenmalige 1ste sectie van de Groep Brussel "Personeel en Sociale Zaken" op de dienst "aanwerving en examens".

Betekent dit de aanzet tot mijn politieke loopbaan als gemeenteraadslid?
We komen het, beste lezer, te weten in een volgend stukje!