Posts tonen met het label Georges Seynnaeve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Georges Seynnaeve. Alle posts tonen

zondag 3 februari 2019

Inhuldiging nieuwe vlag Wevelgemse bakkersbond in 1967

In de Hoogstraat, met vader Georges, vierde van links

Bakkerszonen en -dochters hebben een band.

Tijdens mijn loopbaan bij de NMBS heb ik er niet veel gekend, eentje wel geteld, Maaike Coucke - een mooie familienaam trouwens voor een bakkersdochter - van de juridische dienst. We sloegen af en toe een praatje en nogal dikwijls over de bakkersstiel.

In het laatste jaar van het Sint-Pauluscollege telde onze klas 15 leerlingen met maar liefst 3 bakkerszonen: Rik Devriendt uit Gullegem, Carl Scherpereel uit Lauwe en ikzelf.

Onlangs, na 50 jaar, heb ik Carl opnieuw ontmoet, het was een hartelijk weerzien.

En zeer recent had ik contact met een andere bakkerszoon die samen in de klas had gezeten met mijn oudste broer, Marc Vandaele.

Marc bezorgde mij een aantal foto's van het Wevelgemse bakkersfeest uit 1967 toen de nieuwe vlag van de bakkersbond werd ingehuldigd.

De bakkers in Wevelgem vormden toen een hechte groep.

Of dat nu nog zo is, weet ik niet. Ze zijn op vandaag in ieder geval met veel minder. Leveren ze nog brood aan huis?

Mijn vader was een echte broodbakker, taarten en "kleingoed" waren aan hem niet besteed. Wit of bruin brood en in het weekend melk- of koekebrood met of zonder rozijnen, dat was het.

Op vrijdagavond werden liters volle melk van Gerard Vromman gekookt en moesten we de rozijnen van Jules Vandenbulcke "verlezen".

Het "kleingoed", 't is te zeggen de boterkoeken, pistolets en de gesuikerde en ongesuikerde sandwiches werden geleverd door andere bakkers.

De zaterdagmorgen leverde Arsène Vandaele heel vroeg en wat later in de voormiddag was het de beurt aan Luc Vervenne die samen met zijn vader Lucien een bakkerij had in de Kortrijkstraat te Wevelgem, vlak naast bakkerij Vandaele.

Mijn ouders waren brave hardwerkende mensen, nooit op restaurant of op reis, een zeldzaam familiebezoekje niet te na gesproken of de jaarlijkse uitstap naar Blankenberge, waar mijn bobonne, die nochtans van Oostende afkomstig was, in de zomer een appartement huurde.

Wat mijn ouders echter nooit misten, was het jaarlijkse bakkersfeest.

Het bakkersfeest 1967 was bijzonder, een nieuwe vlag werd ingehuldigd, met een heuse optocht door enkele straten van Wevelgem, onder begeleiding van de harmonie "De Eendracht".

In 1967 was ik dertien en ik denk dat Agnes Heytens uit de Wijnbergstraat bij ons van thuiswacht was.

Ondertussen was het de ganse dag feest voor de bakkers en de bakkerinnen.

Na het verschijnen van mijn stukje, stuurde Marc Vandaele, zoon van Arsène en broer van Lucien, me volgende bijkomende info:

"Elk jaar in december was er een bakkersfeest, in 1967 was het een zeer speciaal feest.

Voor de eerste keer werd dit jaar aan 4 bakkers (Noël Derammelaere, Georges Vanlede, Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel) het eremetaal van de Leopoldsorde uitgereikt.

Men besefte dat de vlag van de bakkers, in donkere kleuren en dik linnen, dus zwaar om te dragen, verouderd was en door een wit zijden exemplaar mocht vervangen worden.

Elk jaar was er een Nationaal Bakkersfeest en Wevelgem had zich kandidaat gesteld om in 1967 dit feest te organiseren.

Dus veel werk aan de winkel: een feest organiseren waarop al de bakkers van België waren uitgenodigd, een nieuwe vlag wijden en inhuldigen, vier eretekens uitreiken, ...

Aan dit feest zijn ettelijke vergaderingen gewijd die steevast bij ons thuis waren georganiseerd, omdat er niets van zou uitlekken op voorhand ...








De agenda van het feest zag er ongeveer als volgt uit:
  • vanaf 8u tot 9u30: ontvangst van de gasten in de Cortina met ontbijt;
  • 9u30: stoet in de Lauwestraat naar de Sint Hilarius kerk met de vlag op de schouders, want nog niet gewijd door de priester;
  • 10u: hoogmis en wijding van de vlag;


  • 11u: stoet net de nieuwe, ondertussen gewijde vlag door de Brug-, Hoog-, Lode de Boning- en de Vanackerstraat;
  • Halt bij de Onbekende Soldaat en neerlegging van een bloemenkrans aan het monument;
  • Optocht naar het gemeentehuis waar er een ontvangst was door burgemeester Achiel Wallays;
  • Huldiging van de vier bakkers en uitreiking van het eremetaal;
O.a. Raymond Scherpereel wordt in de bloemetjes gezet.

  • 12u30: uitgebreid middagmaal (waar de meeste niet-Wevelgemnaars aanschoven voor het banket) in de Cortina;
  • vanaf 18u (of later?) groot open avondfeest met orkest en dans - daar werden al de jongeren gratis op uitgenodigd. Ik herinner me daar ook aanwezig geweest te zijn. Ik denk dat we met ongeveer 500 personen in de grote zaal van de Cortina op dit feest waren.
Het was dus meer dan het gewone jaarlijkse bakkersfeest."


Vanuit de Brugstraat in de Hoogstraat, vooraan vlnr Noël Craeynest, Lucien Vandaele en Wardje Mariën.

In de Lauwestraat, de appartementen moeten nog gebouwd worden ...

In de Lauwestraat.

Lauwestraat, op de vierde rij mijn moeder (Berthe Degroote).

Vooraan, Noël Craeynest, Lucien Vandaele met  de nog niet gewijde vlag en Wardje Mariën.

Ankomst op de platse vanuit de Lauwestraat.
Harmonie "De Eendracht" blaast uit ...
In de Lode de Boningestraat ter hoogte van bakkerij Hoorens met Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel. Luc Vervenne, zoon van Lucien, is de vaandeldrager van dienst.
Vooraan Noël Derammelaere, Georges Vanlede, Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel, de vier gedecoreerden.
Voorlaatste rij: "gistmarchand" Jules Vandenbulcke in gesprek met Lucien Vervenne, daarachter Julien Corne.
We herkennen vlnr de echtgenote van Lucien Vandaele, Palmyre Degryse, echtgenote van Georges Vanlede, de echtgenote van Raymond Scherpereel en de echtgenote van Arsène Vandaele.
... en mijn moeder met Jeanine, de echtgenote van Lucien Vervenne, verder de echtgenote van Wardje Mariën.
Noël Craeynest, links van vlaggendrager Lucien Vandaele en Wardje Mariën.
Er wordt  zelfs halt gehouden aan de onbekende soldaat.



Rechts Remi Corne.

In het midden Palmyre Degryse.


Met het gemeentebestuur in de jaren 70 met Hector Duhamel als burgemeester. Worden  o.a. dat jaar vereremerkt: Lucien Vervenne en Remi Corne.
Een bakkersfeest, in de jonge jaren ...

dinsdag 30 januari 2018

De broodrondes in Wevelgem ...

Met mijn triporteur op broodronde in de Wijnbergstraat ter hoogte van de schoenwinkel van Lucien Staelens en kleermaker Balduyck tijdens de strenge winter van 1979-1980.

Wijnbergstraat.

Onze triporteur staat nu gestald in het bakkersmuseum van Marke.
De broodrondes van mijn goede en hardwerkende vader (om het deels met de woorden van Philippe Clerick te zeggen), de meeste heb ik samen met hem gedaan met de auto maar ook heel veel alleen, te voet, met de fiets, de mobylette en de bakfiets, door weer en wind. Vooral de barkoude winterdagen en snikhete zomerdagen blijven in de herinnering hangen.
 
We hielden halt op een snikhete namiddag aan "'t Brouwerietje aan Cneuts". Vader salamanderde 2 pinten naeen. Dat moet de enige keer zijn dat ik hem bier zag drinken in zijn leven, denk ik. Van mij waren het niet mijn eerste en ook niet mijn laatste pintjes in mijn leven ...

Hoewel het gezin 4 bakkerszonen telde - niemand nam de stiel over - brachten enkel mijn oudste broer Johan en ikzelf brood aan huis.
 
Op vele tijdstippen van de dag ging ik op broodronde. Tijdens het schooljaar 's middags snel na het middageten en ook soms 's avonds bediende ik nog enkele afgelegen klanten.
 
Die "middagklanten" woonden in "'t gangske" van Verraestjes (nu grotendeels de Rootbeekstraat) en in de Reutel- en Roeselarestraat, allemaal dichtbij onze bakkerij: het gezin Anseele, Mariette, "Irma's moeder", Alida, Yvonne en Denise Stragier, dagelijkse klanten allemaal. En niet te vergeten natuurlijk "Pattyntjes", die me steevast Napoleon noemden. Ik weet nog altijd niet waarom, klein was ik alleszins niet. Ze hielden daar ook een angstaanjagende gans, die, zodra ik eraan kwam, op me af kwam, lelijk met haar vleugels sloeg en luid begon te gakken. Rosette van de Welvaart was de laatste klant onder de middag.

Soms was er nog tijd voor een stukje "weketoarte" "Marbré" van recht over de deur bij Loncke en dan met "'t eten in 't kelegat" terug naar school. Terloops, de zondagstaarten kochten we bij "Valeetje". De aandachtige lezer heeft het al begrepen, vader Georges was enkel broodbakker.

De verder afgelegen avondklanten waren over het algemeen boer Devlies, Marc (Heytens) van "'t Vrie", boer Bekaert en het gezin Mourant in de Dadizelestraat in Moorsele. De overige klanten van Moorsele, in de Warandestraat tot aan "vaders" (af en toe deed de zus van ons moeder ook een broodronde op zaterdag, in dat huis dachten ze dat zij een dochter van mijn vader was, "zeg eens aan je vader", nu ja ze zag er ook wel mooi en jong uit) en in de Secretaris Vanmarckelaan werden altijd als laatst op de dag bediend door vader. In ander gemeenten kwamen we niet met brood. Helemaal in het begin was er wel Lauwe met een 10 à 15 klanten. Uiteindelijk bleek alles wat aan de andere kant van de Leie lag, te ver afgelegen.
 
Boer Georges Devlies was een zeer gemakkelijk klant. Zelden was er iemand in huis, niets was op slot en je moest zelf oordelen hoeveel broden er in de bijkeuken op de frigo moesten gelegd worden, bruin of wit, dagvers of niet, gewoon aanvullen tot drie broden. De boerderij wordt nu nog steeds uitgebaat door zoon Jozef.
 
Het huis van Marc van "'t Vrie" (tegen de wijk "'t Vrije" in Moorsele) werd later met de grond gelijk gemaakt voor de aanleg van de A19. De tunnel in de Moorselestraat kwam er in de plaats. Marc was een stille man, een noeste werker met wie ik af en toe een praatje kon slaan. Zijn ouders in de Wijnbergstraat en zussen, o.a. Agnes, waren ook klant.

Tijdens de schoolvakanties kwamen daarbij de namiddagrondes, samen met ons vader en met de auto. Ik geloof dat er een beurtrol was met mijn oudste broer, een week maandag-woensdag-vrijdag en een week dinsdag-donderdag. Op woensdagnamiddag heb ik dikwijls het begin van "Kapitein Zeppos" (hier klikken) en later "Johan en de Alverman" (hier klikken) gemist, dat was balen. Er was wel op zondagnamiddag een herhaling maar je moest het op woensdag gezien hebben of de rest van je week was naar de knoppen.

In het begin was de bakkerij één week gesloten wegens jaarlijks verlof, later twee weken, zeker niet meer en in samenspraak met bakker Georges Vanlede, kwestie van de Wijnberghoek niet zonder brood te zetten. Dit jaarlijks verlof gebruikte mijn vader om grondige kuis te doen in zijn bakkerij. Voor ons was dat grote luxe, ons eens kunnen uitleven tijdens de vakantie zoals de leeftijdgenoten.

Er zijn weinig straten waar we geen klanten hadden, vooral op de Wijnberghoek. In het kluwen van de zijstraten van de Vrijheidsstraat, die uitgaven op de Moorsele- en Ezelstraat vonden we moeiteloos onze weg, anderen liepen er gegarandeerd verloren ... De klanten van de Kruishoek werden als een van de laatsten bediend. In de Menen-, Kortrijk- en Lauwestraat weinig of geen klanten, in de zijstraten van de Lauwestraat wel.

De verste klanten richting Kortrijk situeerden zich in de Guldensporenstraat, meer bepaald 30 en 30A, de families D'haene-Seynhaeve (ouders van Koen, die nog onze bakkerij heeft bezocht met de klas van meester Azou, mijn jongste broer Willem zat in dezelfde klas) en Debonne-D'haene, families afkomstig van de Wijnberghoek, vandaar.

Elke dag hield mijn vader halt bij zijn zus Dina in de Nieuwstraat voor een kopje koffie. Zelfs als ze niet thuis was wisten we de sleutel liggen, de thermos met koffie stond klaar. Tante Dina had het voor haar broer.

Mijn leukste broodronde was op zaterdag, elke zaterdag van het jaar, alleen en liefst met de triporteur. Volgens mijn moeder wist je wanneer ik vertrok maar je wist niet wanneer ik terug kwam.

Een vast attribuut van de broodrondes was de "geldsacoche". Je ziet er een hangen aan de bakfiets hierboven op de foto. Alleen mijn broer en ik gebruikten zo'n sacoche, ons vader stak het in zijn zakken, letterlijk. Vele klanten betaalden slechts op het einde van de week.

Mijn sacoche telde 3 vakjes, een voor het kleingeld, een voor het papieren geld - van mij moest dit mooi geklasseerd zitten, volgens bedrag en in dezelfde richting - en een kleiner vakje met het lijstje van de te bedienen klanten.

Dat lijstje werd de vrijdagavond gemaakt door mijn moeder, in haar mooi handschrift. Dat had ze behouden van in de tijd dat ze nog voor de klas stond in het lager onderwijs te Menen (over haar carrièreswitch in 1951 kom je meer te weten door hier te klikken).

Andere vaste taken op vrijdagavond: het warmen van liters volle melk (geleverd door Gerard Vromman) en het "verlezen" van de rozijnen, nodig voor de koeke- of melkbroden van het weekend.

Rozijnen en gist "Bruggeman" werden geleverd door Jules "Julke" Vandenbulcke uit Bissegem, een kleine vriendelijke man, altijd gekleed met een "skabbe", die heel vlug sprak, op het hakkelen af.

De naam van de leverancier van de "bloeme" weet ik niet. Wat ik wel weet is dat meneer Hovelaque uit Moeskroen, een gezette man, altijd met wit hemd en das, de haren naar achteren gekamd met Brylcreem, bijna elke vrijdag langs kwam voor de betaling. Hij sprak gebroken Vlaams en we moesten hem telkens een hand geven. Er werd cash betaald met hoofdzakelijk briefjes van duizend BF, het waren er veel herinner ik me. We waren niet zijn enige klant. Een geluk dat de man nooit overvallen is geweest in zijn Mercedes.
 
Jongere broer Renaat was de man van de winkel en het voorbereiden van de broodrondes, hij kon ook perfect de broodzakken van de gesneden broden dichtvouwen. Vóór de broodzakken eraan kwamen werden de gesneden broden samen gehouden met elastiekjes. Hygiënisch was dat niet, vonden de instanties. Toch is er niemand ziek van geworden bij mijn weten en de elastiekjes hadden nog een functie als het brood op was. De broodsnijmachines zijn er gekomen in de jaren zestig denk ik. Voor het gemak. Af en toe moesten de messen vervangen worden. Het was een vrouw die daarvoor bij ons langskwam. Die was ver vooruit op haar tijd.

In de bakkerij zelf mocht enkel moeder helpen, zij alleen kon goed doen voor vader Georges. Eerst met het "afwegen" van het deeg en later ook met de "inschietapparaten" waarmee de broden in de oven gebracht werden. Niet moeten helpen bakken, eigenlijk kon ik daar best mee leven, ik verdroeg die warmte van die ovens heel moeilijk.

Die ovens bleven de ganse dag warm. Ook voor een vleesgebraad was er na het bakken van het brood zeker nog plaats. Ik herinner me dat "beenhouwerin" Aline Rapoeye van schuin over de deur haar "paté" soms kwam bakken in de namiddag als de ovens vrij waren.

In onze eerste oven werd eerst gestookt met "leem". Het leemkot moest later plaats maken voor een stookolietank. In de latere oven werd later overgeschakeld op verwarming met aardgas.

We keren even terug naar mijn zaterdagronde. Onder mijn klanten tal van landbouwers, bijna allemaal gesitueerd in de Ezelstraat.

In het begin van de Ezelstraat had je aanvankelijk de vlasroterij Luyckx. Vader Luyckx werd vroeg weduwnaar met acht kinderen (Leona (+), Lucien, Géry (+), Herve, Werner, Lucrèce, Lionel (+) en Ingrid (+)), de vlascommerce ging fel achteruit en de roterij werd een varkenskwekerij (later door Géry omgebouwd tot een motel,"Happy Day", en nu bestuurd door zijn zoon Charlie).

Wat verderop in de Ezelstraat, op de rechterkant, had je boer Elie Luyckx die nu nog altijd op de boerderij woont. Door de aanleg van de A19 (hier klikken voor meer info over de A19) kon je zijn boerderij niet meer bereiken vanaf de Ezelstraat, dit was enkel nog mogelijk vanuit Moorsele.

Nog verder in de Ezelstraat de boerderijen Wallecan en  Roelens. Ik heb heel goede herinneringen aan Eric Roelens die jong en onverwacht stierf op zijn tractor in het veld. Bij hem en boer Wallecan kon ik uren blijven hangen.

Blijven hangen gebeurde zeker op de Zevekote bij mijn laatste klant "Fonten Craeynest". Fons kweekte Vlaamse reuzen. Elk jaar bestelde en betaalde zijn dochter Lia  een halve kilo klaaskoeken voor hem. "Ik moet dat niet" zei hij, "heb je al gegeten?". Ik zette me prompt aan tafel en begon enkele koeken te eten met een kom koffie. Hij maakte telkens zijn koffie door steeds water op te gieten in hetzelfde koffiegruis aangevuld met wat verse koffie.

Ik sluit af met de periode van die klaaskoeken. Die was toen beperkt tot maximaal drie weekends per jaar. Een heel stresserende periode voor mijn ouders. Ik ben geboren op 4 december, in volle klaaskoekenperiode. Ik kwam een beetje ongelegen, mijn moeder stond op die stormachtige dag nog te helpen in de bakkerij.

Achteraf gezien was ik nog zo'n slechte "investering" niet, ik heb veel kunnen terug doen, en met veel plezier en mooie herinneringen!

De boerderij van Eric Roelens.


Boerderij Wallecan.


Papa Georges in de Roeselarestraat.



zaterdag 7 oktober 2017

Een carrièreswitch in 1951, van onderwijzeres naar bakkerin ...


Berthe Degroote, mijn moeder, wordt geboren in Oostende op 27 februari 1925 als tweede kind van een kroostrijk gezin van negen kinderen.

Berthe, staand rechts.
 
 
Haar ouders zijn Josephine Lamoot en Maurits Degroote.
 
Maurits Degroote en Josephine Lamoot.


Het eerste documentje dat ik terugvind in onze familiearchieven is het prentje van haar plechtige communie, die ze samen met haar oudste zus Denise doet in de soldatenkring te Wevelgem op 4 augustus 1935.


Na het uitbreken van de tweede wereldoorlog start ze in september 1940 met haar studies als onderwijzeres in de normaalschool van Tielt.
 
Aan de foto's te zien ogenschijnlijk toch een periode zonder veel zorgen.


1ste Normaal A in 1941 - Berthe staande vierde van links..
Een vraagstukje natuurkunde in februari 1941.
Augustus 1943 - Berthe bovenaan, tweede van rechts.

In 1943 wordt in de normaalschool te Tielt een groet gebracht ... naar verluidt betreft het een "Piusgroet"?!

Juli 1944, Berthe tweede van rechts.

Juli 1944, Berthe tweede van rechts onder de vlag.
Juli 1944, Berthe derde van rechts middenste rij.
Juli 1944.
Oktober 1946 in Roeselare, Berthe rechts midden met bril.
Oktober 1946 in Roeselare, Berthe rechts midden.
1947
Bovenaan rechts, Berthe op zeeklas.
"Juffrouw" Berthe, ons moeder, behaalt haar diploma van onderwijzeres en geeft  les van 1 oktober 1944 tot 2 september 1951 in de Guido Gezellelaan 77 te Menen (2de graad), nu Blijdhove.


Klasfoto daterend van mei 1949.



 
Einde jaren 1940 begin 1950 leert ze mijn vader Georges Seynnaeve kennen.







Mooi ...
Op 24 augustus 1951 stappen ze naar de notaris en sluiten een huwelijkscontract.





Op 28 augustus 1951 treden ze in het huwelijk.






Mama met haar vader.

Papa met zijn zus "tante" Maria.




Het feest wordt gehouden in het ouderlijk huis van mijn moeder, in de Kroonstraat 3 te Menen.














Na haar huwelijk verhuist ze eind 1951 naar Wevelgem en wordt er bakkerin op de Wijnberghoek.
 
12 juli 1959 - op het verlovingsfeest van haar zus Nicole.
 

Vanaf 1 september 1957 worden er ook kruidenierswaren verkocht, later worden dat de Fort Producten met de spaarzegeltjes.
 
 

Ze laten de ouderlijke woning verbouwen door de gebroeders Clicque uit de Nachtegaalstraat en een nieuwe bakkerij wordt achteraan het huis gebouwd.

Daartoe zijn leningen noodzakelijk:
  • op 24/08/1962 bij "De Noordstar en Boerhave" (300.000 BF)
  • op 01/06/1965 bij de "Federale Kas voor het Beroepskrediet te Kortrijk" (250.000 BF)
Op het jaarlijkse bakkersfeest in december ontbreken ze niet.





In het gezin worden 4 kinderen geboren:
  • Johan, op 29 december 1952
  • Arnold, op 4 december 1954
  • Renaat, op 25 september 1958
  • Willem, op 31 juli 1964
Johan met tante Nicole bij de Sint.


Johan en Arnold aan zee.
Geboorte Renaat.
Arnold en Renaat bij de Sint.
Renaat met mama, buren Lionel en Trees staan op de kijk.
Jongste broer Willem (onderaan midden met bril) met de handbalploeg van Sint-Paulus, met Lorenzo Staelens, Hein Vanhaezebrouck en Rudy Ducoulombier.
 
 


Ondertussen is Johan, net zoals ik, gepensioneerd. Hij is verhuisd naar Texas (zijn vierde staat na Connecticut, NY en WV) en speelt opnieuw gitaar ...

Ik werk verder aan mijn memoires ...

Papa Georges sterft op 24 juni 1993.

Zijn lievelingsprogramma was "Opera en Belcanto" op zondagnamiddag en elke middag stipt om 12u30 luisterde hij naar het weerbericht op Hilversum 3 "Mededelingen voor land en tuinbouw". Blijkbaar had hij meer vertrouwen in de Nederlandse weermannen dan de Vlaamse.




Mama Berthe sterft op 9 september 1997.

Ze hoorde graag "Quand le soleil dit bonjour aux montagnes" van Lucille Starr en "Bij de muur van het oude kerkhof", een hartverscheurende tranentrekker. Ik laat het haar dikwijls zingen ...

Op het einde van elk schooljaar zingt ze ook telkens een liedje dat volgende tekst zou moeten hebben:

Loin les cahiers les livres
courir en liberté
cela s'appelle vivre
c'est bon pour la santé!