zondag 3 februari 2019

Inhuldiging nieuwe vlag Wevelgemse bakkersbond in 1967

In de Hoogstraat, met vader Georges, vierde van links

Bakkerszonen en -dochters hebben een band.

Tijdens mijn loopbaan bij de NMBS heb ik er niet veel gekend, eentje wel geteld, Maaike Coucke - een mooie familienaam trouwens voor een bakkersdochter - van de juridische dienst. We sloegen af en toe een praatje en nogal dikwijls over de bakkersstiel.

In het laatste jaar van het Sint-Pauluscollege telde onze klas 15 leerlingen met maar liefst 3 bakkerszonen: Rik Devriendt uit Gullegem, Carl Scherpereel uit Lauwe en ikzelf.

Onlangs, na 50 jaar, heb ik Carl opnieuw ontmoet, het was een hartelijk weerzien.

En zeer recent had ik contact met een andere bakkerszoon die samen in de klas had gezeten met mijn oudste broer, Marc Vandaele.

Marc bezorgde mij een aantal foto's van het Wevelgemse bakkersfeest uit 1967 toen de nieuwe vlag van de bakkersbond werd ingehuldigd.

De bakkers in Wevelgem vormden toen een hechte groep.

Of dat nu nog zo is, weet ik niet. Ze zijn op vandaag in ieder geval met veel minder. Leveren ze nog brood aan huis?

Mijn vader was een echte broodbakker, taarten en "kleingoed" waren aan hem niet besteed. Wit of bruin brood en in het weekend melk- of koekebrood met of zonder rozijnen, dat was het.

Op vrijdagavond werden liters volle melk van Gerard Vromman gekookt en moesten we de rozijnen van Jules Vandenbulcke "verlezen".

Het "kleingoed", 't is te zeggen de boterkoeken, pistolets en de gesuikerde en ongesuikerde sandwiches werden geleverd door andere bakkers.

De zaterdagmorgen leverde Arsène Vandaele heel vroeg en wat later in de voormiddag was het de beurt aan Luc Vervenne die samen met zijn vader Lucien een bakkerij had in de Kortrijkstraat te Wevelgem, vlak naast bakkerij Vandaele.

Mijn ouders waren brave hardwerkende mensen, nooit op restaurant of op reis, een zeldzaam familiebezoekje niet te na gesproken of de jaarlijkse uitstap naar Blankenberge, waar mijn bobonne, die nochtans van Oostende afkomstig was, in de zomer een appartement huurde.

Wat mijn ouders echter nooit misten, was het jaarlijkse bakkersfeest.

Het bakkersfeest 1967 was bijzonder, een nieuwe vlag werd ingehuldigd, met een heuse optocht door enkele straten van Wevelgem, onder begeleiding van de harmonie "De Eendracht".

In 1967 was ik dertien en ik denk dat Agnes Heytens uit de Wijnbergstraat bij ons van thuiswacht was.

Ondertussen was het de ganse dag feest voor de bakkers en de bakkerinnen.

Na het verschijnen van mijn stukje, stuurde Marc Vandaele, zoon van Arsène en broer van Lucien, me volgende bijkomende info:

"Elk jaar in december was er een bakkersfeest, in 1967 was het een zeer speciaal feest.

Voor de eerste keer werd dit jaar aan 4 bakkers (Noël Derammelaere, Georges Vanlede, Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel) het eremetaal van de Leopoldsorde uitgereikt.

Men besefte dat de vlag van de bakkers, in donkere kleuren en dik linnen, dus zwaar om te dragen, verouderd was en door een wit zijden exemplaar mocht vervangen worden.

Elk jaar was er een Nationaal Bakkersfeest en Wevelgem had zich kandidaat gesteld om in 1967 dit feest te organiseren.

Dus veel werk aan de winkel: een feest organiseren waarop al de bakkers van België waren uitgenodigd, een nieuwe vlag wijden en inhuldigen, vier eretekens uitreiken, ...

Aan dit feest zijn ettelijke vergaderingen gewijd die steevast bij ons thuis waren georganiseerd, omdat er niets van zou uitlekken op voorhand ...








De agenda van het feest zag er ongeveer als volgt uit:
  • vanaf 8u tot 9u30: ontvangst van de gasten in de Cortina met ontbijt;
  • 9u30: stoet in de Lauwestraat naar de Sint Hilarius kerk met de vlag op de schouders, want nog niet gewijd door de priester;
  • 10u: hoogmis en wijding van de vlag;


  • 11u: stoet net de nieuwe, ondertussen gewijde vlag door de Brug-, Hoog-, Lode de Boning- en de Vanackerstraat;
  • Halt bij de Onbekende Soldaat en neerlegging van een bloemenkrans aan het monument;
  • Optocht naar het gemeentehuis waar er een ontvangst was door burgemeester Achiel Wallays;
  • Huldiging van de vier bakkers en uitreiking van het eremetaal;
O.a. Raymond Scherpereel wordt in de bloemetjes gezet.

  • 12u30: uitgebreid middagmaal (waar de meeste niet-Wevelgemnaars aanschoven voor het banket) in de Cortina;
  • vanaf 18u (of later?) groot open avondfeest met orkest en dans - daar werden al de jongeren gratis op uitgenodigd. Ik herinner me daar ook aanwezig geweest te zijn. Ik denk dat we met ongeveer 500 personen in de grote zaal van de Cortina op dit feest waren.
Het was dus meer dan het gewone jaarlijkse bakkersfeest."


Vanuit de Brugstraat in de Hoogstraat, vooraan vlnr Noël Craeynest, Lucien Vandaele en Wardje Mariën.

In de Lauwestraat, de appartementen moeten nog gebouwd worden ...

In de Lauwestraat.

Lauwestraat, op de vierde rij mijn moeder (Berthe Degroote).

Vooraan, Noël Craeynest, Lucien Vandaele met  de nog niet gewijde vlag en Wardje Mariën.

Ankomst op de platse vanuit de Lauwestraat.
Harmonie "De Eendracht" blaast uit ...
In de Lode de Boningestraat ter hoogte van bakkerij Hoorens met Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel. Luc Vervenne, zoon van Lucien, is de vaandeldrager van dienst.
Vooraan Noël Derammelaere, Georges Vanlede, Arsène Vandaele en Raymond Scherpereel, de vier gedecoreerden.
Voorlaatste rij: "gistmarchand" Jules Vandenbulcke in gesprek met Lucien Vervenne, daarachter Julien Corne.
We herkennen vlnr de echtgenote van Lucien Vandaele, Palmyre Degryse, echtgenote van Georges Vanlede, de echtgenote van Raymond Scherpereel en de echtgenote van Arsène Vandaele.
... en mijn moeder met Jeanine, de echtgenote van Lucien Vervenne, verder de echtgenote van Wardje Mariën.
Noël Craeynest, links van vlaggendrager Lucien Vandaele en Wardje Mariën.
Er wordt  zelfs halt gehouden aan de onbekende soldaat.



Rechts Remi Corne.

In het midden Palmyre Degryse.


Met het gemeentebestuur in de jaren 70 met Hector Duhamel als burgemeester. Worden  o.a. dat jaar vereremerkt: Lucien Vervenne en Remi Corne.
Een bakkersfeest, in de jonge jaren ...

woensdag 2 januari 2019

White Star Lauwe nekte Thor Waterschei ...

... in de beker van België (eerste ronde) op zondagnamiddag 26 augustus 1984.

Na mijn stukjes over de matchen van White Star Lauwe tegen Anderlecht kreeg ik enkele krantenartikels toegestuurd door Rudy Ducoulombier (°27/08/64), één van de iconen van de geelzwarten die de match tegen Waterschei meemaakte.

Rudy Ducoulombier (foto Hugher Vanhoucke)


Rudy was een jeugdproduct van Lauwe en bouwde een schitterende voetballoopbaan uit.

Op 1 juli 1988 werd hij getransfereerd naar KV Kortrijk.

Op 1 juli 1992 transfer naar KSV Waregem.


Op 1 juli 1994 transfer naar RFC Seraing.


Op 1 juli 1996 tranfer naar Sint-Truiden tot einde voetballoopbaan (1 juli 1999)


Herbeleef de stunt van Lauwe tegen Waterschei!

In de volgende ronde, op 31 oktober 1984, moest White Star nipt de duimen leggen tegen en in Waregem dat toen zelfs Europees speelde (1-0), na verlengingen!












zondag 23 september 2018

Verjaardagstaarten uit Lauwe (!) voor Tony Joe White




Ik kan me voorstellen dat niet iedereen weet wie Tony Joe White is.

Hoewel hij nooit echt commercieel doorbrak wordt de uit Louisiana afkomstige singer-songwriter en bluesgitarist Tony Joe White (°23 juli 1943) in de muzikantenwereld en door liefhebbers van bluesrock bestempeld als de 'King of Swamp Sound': een drassige rockklank, bluesy en met veel soul-invloeden.

Zijn luie, donkerfluwelen stemgeluid en rootsy gitaarspel klinken als het broeierige zuiden van de Verenigde Staten.

Ik leerde TJW kennen begin jaren zeventig door mijn oudste broer, ondertussen ook wonend in dat broeierige zuiden, in Texas, een buurstaat van Louisiana.

De nummers van toen behoren nu nog altijd tot mijn favoriete songs: 'Roosevelt and Ira Lee' en 'Groupy Girl'.

Recent, toen ik nog eens in het vaderland vertoefde, kwam ik, na 50 jaar, tot de vaststelling dat een klasgenoot uit de lagere humaniora, dezelfde muziekinteresses met me deelde. Zonder dat we het wisten waren en werden we soulmates.

Via een stukje dat ik maakte over White Star Lauwe kwam hij me op het spoor.

Bijna alle Lauwenaars kennen hem: Carl Scherpereel (°1955), de beste bakker-patissier die ze in Lauwe en omstreken gekend hebben. Hij verdient nu zelf een stukje op mijn blog.

Carl en ik, beiden bakkerszonen, zitten drie jaar lang naast mekaar in de klas in het Sint-Pauluscollege te Wevelgem. In de zesde Latijnse leert Carl me tijdens de les Willem Vermandere kennen en in de vierdes hebben we onopgemerkt de Nederlandse vertaling van 'De bello Gallico' van Caesar bij ons in de les van 'supinum' Vergalle.

Daar heeft de oudere zus van Carl voor gezorgd.

Toch wel jammer dat we geen beroep mogen doen op die vertaling tijdens de proefwerken.

Carl in de zesde Latijnse, bovenste rij, zevende van rechts.

Carl in de vierde Latijnse, onderste rij, eerste van rechts.


Carl (nummer 9) aan het basketten op de koer van het Sint-Pauluscollege te Wevelgem.


Na de lagere humaniora gaan we elk onze weg. Ik naar het Sint-Aloysiuscollege te Menen en Carl naar de hotelschool in Koksijde.

Vooraleer hij de bakkerij van zijn vader in de Moeskroenstraat (nu Larstraat) in Lauwe overneemt, leert Carl de stiel o.a. bij Pierre Romeijer in zijn gelijknamige restaurant 'Romeyer' in Hoeilaart (eerder Maison de Bouche geheten), dat drie Michelinsterren bezit vanaf 1983 tot 1994.

Carl leert Bart Taillieu kennen, eigenaar van het restaurant 'Langue d'Oc'.

Bart is een grote fan van Tony Joe White, die verschillende keren komt tafelen in zijn restaurant in Kortrijk.

Op 22 juli 2004 staat Tony Joe White op het programma van 'Blues Peer'.

Carl kan het concert niet bijwonen maar spreekt met Bart Taillieu af om een verjaardagstaart te maken voor TJW.

Een jaar later concerteert Tony Joe White opnieuw in België, in de Bijloke in Gent.



Deze keer is Carl er wel bij en opnieuw met een verjaardagstaart.

Na het concert maakt Carl uitgebreid kennis met TJW, een heel toegankelijk iemand zonder sterallures.

Tony Joe White en Carl.



De eerstvolgende keer dat TJW optreedt in België of omgeving doen Carl en ik er alles aan om hem daar samen te beluisteren en te ontmoeten.

Ik reken erop dat Carl opnieuw de taart bakt.





zondag 2 september 2018

Waarom (nog) op reis gaan? Gewoon thuis blijven?



Ik ken iemand uit mijn geboortedorp die niet (meer) op reis gaat. "Waarom zou je, je ziet alles toch op TV?" is één van zijn favoriete uitspraken.

Zonder dat hij het beseft is hij misschien een fan van Blaise Pascal, net zoals Luc De Vos van Gorki dat was.

In het boek over zijn leven vernam ik dat Luc De Vos een zeer belezen persoon was. Hij was fan van o.a. Gerard Reve en Michel Houellebecq maar ook van Blaise Pascal:

"Ik weet maar één ding: mij zien ze niet meer op een vliegtuig. Het zijn, wanneer men het van heel dichtbij beschouwt, waanzinnige toestanden: een ijzeren projectiel van wel duizend ton, dat schieten ze de hemelen in met tienduizend liter nafte in de vleugels. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mensen daarin gaan zitten. Dat ze alstublieft thuisblijven. Het was Blaise Pascal die schreef in zijn Pensées: 'Alle miserie in de wereld ontstaat door het feit dat mensen niet gewoon thuis blijven zitten."

(Uit: 'Het gevaar', opgenomen in Het werk van de duivel van Luc De Vos)

"Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos dans une chambre" luidt dat bij Blaise Pascal.


In het boek van Leon Verdonschot over Luc De Vos lezen we op pagina 168:

"Hij (Luc De Vos) sloeg alle excursies af. Waarom urenlang in de jungle muggen en vliegen van je af meppen in de hoop olifanten te ontwaren, als je die thuis op de bank ook in een BBC-documentaire kon zien, van veel dichterbij ook, en met commentaar van David Attenborough erbij?"

Opnieuw Luc De Vos zelf aan het woord:

"Op vakantie gaan, dat doe ik niet graag. Ik weet dat ik met deze levenshouding veel mensen tegen de borst stuit. In wezen heb ik niets tegen dat rondzwerven op de aardbol op zoek naar avonturen, op zoek naar wonderen van de natuur en boeiende vreemde culturen. Ik ben alleen veel te graag thuis. Thuis zit ik op mijn gemak. Ik weet waar de neusdoeken en de washandjes liggen. De lepels liggen in deze lade, mooi gerangschikt naast de pollepel en de kaasschaaf. Onder de pompsteen bevindt zich het afwasmiddel. Dat is een hele geruststelling."

(Uit: 'Sparen helpt niet', opgenomen in Het werk van de duivel van Luc De Vos)

Hoe denk ik er zelf over?

Ik ben ook graag thuis en ga niet zo graag op reis.

zaterdag 1 september 2018

Vond Luc De Vos inspiratie in de Frankrijkstraat of in de Fonsnylaan?




Recent was ik opnieuw in het vaderland, voor de begrafenis van mijn nonkel Rik uit Menen.

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een boekenbon in te wisselen voor twee boeken: 

- Philip Roth - Waarom schrijven? - verzamelde non-fictie 1960-2013
- VOS - Het leven van Luc De Vos van Leon Verdonschot



Ooit, rond 1988, was Luc De Vos van Gorky/Gorki werkzaam bij de spoorwegen, ik dacht en had horen zeggen in de Fonsnylaan nabij het Zuidstation maar in een interview met Humo spreekt hij van de Frankrijkstraat, waar het hoofdbestuur van de NMBS gevestigd was:

"Ondertussen moest er wel geld op de plank komen. Ik was net voor de Rock Rally gestopt bij de NMBS. Jarenlang deed ik hetzelfde parcours: met mijn R4’ke van Wippelgem naar het station van Wondelgem, en dan met de trein via Gent-Sint-Pieters naar Brussel-Zuid. 

Ik werkte vlakbij op de derde etage van een gebouw in de Frankrijkstraat. Ik was er het laagste van het laagste: ziektebonnekes invullen en de telefoon opnemen, that’s it. Ik verdiende er ongeveer 20.000 Belgische frank, zo’n 500 euro. En ik had een gratis treinabonnement. Dat scheelde in de portemonnee. Wilde ik voor de spoorwegen blijven werken, dan moest ik voor het examen van opsteller alle stations van België van buiten blokken, maar daar zag ik het nut niet van in. Einde NMBS-verhaal. 

Nadien ben ik bij de VDAB aan een opleiding voor kantoorklerk begonnen. Tot we bij Virgin Belgium een platencontract kregen."

Hoofdbestuur NMBS in de Frankrijkstraat.
Ik heb gewerkt in de Fonsnylaan 47B, bij de aanwervingsdienst op de eerste verdieping, van 1976, het jaar van de lange hete zomer tot 1984, toen ik werd overgeplaatst naar de Frankrijkstraat. Misschien heb ik daar Luc nog gekruist zonder het te beseffen.

Vanuit ons bureau in de Fonsnylaan hadden we zicht op de cafés recht tegenover de ingang van het Zuidstation.



De bureaus aan de andere kant van de  gang in ons gebouw hadden uitzicht op de sporen.



Verderop in de Fonsnylaan (49A) was de financiële dienst gevestigd en ook het bedrijfsrestaurant waar we nog een "pluske" saus konden vragen, er mocht vlees bij zijn, hoorde ik collega Luc Coppens telkens vragen.

Het was ook de tijd dat we nog onze dorst mochten lessen. Wij gingen liever een pintje drinken bij Mariette in de "Île de France", het café bij uitstek voor spoorwegmensen en gelegen aan de andere kant van het station, in de Frankrijkstraat, eerder dan recht over de deur in de Fonsnylaan. Logisch, onze chef had ook zicht op de Fonsnylaan.

Terug naar Luc De Vos.

In het boek over hem lezen we op pagina 56:

"Zijn zus Nicole, actief binnen de CVP, regelde via de oneindige connecties van die zuil een administratief baantje voor Luc bij de spoorwegen in Brussel. Het was een type baan waarin je zonder al te veel moeite op dezelfde stoel aan hetzelfde bureau kon blijven zitten om dezelfde formulieren in te vullen, om daarna je brugpensioen in te glijden. Luc haalde niet eens de eerste vakantie. Nicole: 'Het heeft vooral teksten opgeleverd, over de wekker op halfzeven en de heldentocht in de file.' Zijn familie was ontzet. Een baan als deze zonder een diploma: wat wilde hij nu nog meer?"

Soms vraag ik me af wie samen met Luc bij de spoorwegen heeft gewerkt. Hoe was hij als collega en zou hij ook nog een pintje gaan drinken zijn bij Mariette of in "Het land van Aalst"?



zondag 17 juni 2018

Even terug in het vaderland ...



Onlangs waren we nog eens een goeie week op bezoek in het vaderland. Of is het moederland? Sedert België geen kolonies meer heeft, verkiezen we vaderland.

We waren gelogeerd in het appartement van een lieve vriendin van Christine in de Leiestraat in Kortrijk, recht tegenover het stadhuis en naast de bibliotheek.




Het werd een week met zomerse temperaturen in een bruisend Kortrijk.

Uit ervaring weet ik dat een dergelijke week zeer druk is en gewichtstoename tot gevolg heeft op het einde.

De avond van onze aankomst stond "Acamoda" op het programma. Niet onmiddellijk mijn ding, des te meer dat van Christine, die als oud-leerlinge van de Kortrijkse academie was uitgenodigd.

Tweejaarlijks showt het atelier Mode en Theaterkostuums van de Academie Kortrijk de collecties van de studenten onder de naam "Acamoda".

De modestudenten laten hun visie op de hedendaagse mode zien door de heersende trends in vraag te stellen. Ze laten zich inspireren door de rijke Europese kostuumgeschiedenis of door etnische elementen eigentijds vorm te geven. 



's Anderendaags een verjaardagsetentje met onze Brugse vrienden, Annemie en Fernand, in Brugge natuurlijk.

Later op de week werden we bij hen thuis nog eens vergast op een heerlijke maaltijd.

Fernand was de chef-kok van het Pannenhuis in Brugge, hij leerde de stiel in de Civière d'Or op de markt in Brugge


Het interieur van de Civière d'Or.

De Civière d'Or op de markt in Brugge.

Onlangs waren Renaat en Veerle bij ons op bezoek in Ribérac.

Een uitstapje naar Aubeterre ...

Een tegenbezoekje in de Hoogstraat kon niet ontbreken.

Renaat staat ook meer dan zijn mannetje in de keuken. Telkens we er op bezoek gaan duurt het niet lang of we hebben het over onze jeugd, onze bakkerij van vroeger en onze familiegeschiedenis. Onze vrouwen hebben al meerdere malen dezelfde verhalen moeten aanhoren maar iedere keer opnieuw komt er toch ook iets nieuws naar boven en we weten werkelijk van geen ophouden.

Renaat weet ook dat ik sterk geïnteresseerd ben in de Wevelgemse geschiedenis en zorgde ervoor dat ik even zijn buur Marc Soenen kon ontmoeten, de zoon van meester "Soentje", mijn meester in het vijfde leerjaar 1964-1965.

Mijn "punteboekske" van het vijfde leerjaar.

Marc Soenen schreef samen met Philippe Stragier een boek: "75 - Rode Kruis - Wevelgem - 1943-2018", een leuk vooral kijkboek met veel foto's. Ik kon het bij hem aankopen.

De plaatselijke afdeling wordt opgericht op 12 januari 1943, in volle oorlogstijd. Er is een gebrek aan medewerking van de gemeentelijke overheid, aldus het boek. De burgemeester wordt niet bij naam genoemd. In die periode was oorlogsburgemeester Michel Byttebier aan de macht.

In de beginjaren herken ik Henriette en Rosanne Delrue, Yvonne Vanhalst (moeder van Rik, Geert, Jan en Lieve Bevernage) en Germaine Wetsoen (zuster van melkboer Louis, ze hield een winkeltje met kruidenierswaren in de Roeselarestraat op de Wijnberghoek) op verschillende foto's.

Opvallend ook hoeveel Rode Kruis-huwelijken tot stand komen onder de vele vrijwilligers, niet waar Franky?

Ik herken ook mezelf op een foto uit 1993, aanwezigheid als gemeenteraadslid was toen belangrijk en is het nog steeds.





Het bleef niet bij dit boek alleen, Renaat kon er mij nog twee geven.

"Mijn Oorlog", de ervaringen uit de tweede wereldoorlog door Wevelgemnaar Frans Robesyn.



Mijn ouders hadden ontzag voor Frans, hij was de man van de BTW, die ingevoerd werd einde jaren 60. Frans was ook de vader van o.a. Jean-Paul, misdienaar op de Wijnberg samen met mijn oudste broer Johan, en van Carine, van mijn geboortejaar 1954.

"Mijn Oorlog" is een zeer vlot geschreven boek dat ik in één ruk heb uitgelezen uitgelezen.

Op bladzijde 14 schrijft hij:

"Vandaag, 70 jaar later, heb ik het raadzaam geacht geen lijsten van mensen in mijn boek op te nemen, noch van "de witten", noch van "de zwarten" van onze gemeente Wevelgem. Dit teneinde de haatgevoelens van toen niet opnieuw aan te wakkeren. Dat zij inmiddels rusten in vrede."

Er bestaan dus lijsten en ik vraag me af in wiens handen ze zich momenteel bevinden. 

Belangrijk is dat deze info niet verloren geraakt.

Het boekje dat ik schreef over Wevelgem gedurende de tweede wereldoorlog zou ik graag willen open trekken naar "Collaboratie, verzet en repressie in Wevelgem tijdens en na de tweede wereldoorlog". Bij het zoeken naar bronnen word ik goed geholpen door Geert Lecompte, een naar Brussel uitgeweken Wevelgemnaar die ik die week ook in Kortrijk kon ontmoeten.

Alvast zal hoofdstuk 2 van het boek over "de oorlog van Alfons Decock die nooit eindigde" (Nikolaas Ottevaere) van groot nut zijn. Dit hoofdstuk heeft het uitvoerig over de organisatie van de weerstand.

Geert is bovendien zeer gedreven in zijn opzoekingen. Zijn grootvader, Carlos Lecompte, was weerstander bij het OF en een "Nacht und Nebel"-gevangene. 




We keren terug naar het boek van Frans Robesyn en citeren een fragment op bladzijde 77, een fragment dat ten zeerste mijn belangstelling wekt:

"Ik moet u nog een paar feiten die alhier plaats grepen in die zomer van 1944 melden: Vrijdag 4 augustus zijn de inwoners van de Nachtegaalstraat aan een bloedbad ontsnapt: enkele dagen voordien werd een eenzame Duitser in de Moorselestraat neergekogeld door een verzetsman. Vermoedens wogen op vader en zoon Denys uit de Nachtegaalstraat. De Duitsers vermoedden dat in de woning Denys een vergadering zou plaatshebben van verzetslui. De Geheime Feldpolizei had een valstrik gespannen: vier agenten lagen in een hinderlaag terwijl een ander ging aankloppen aan de woning. Vader Denys deed open en stond oog in oog met een feldgendarm die hem wilde arresteren. Bliksemsnel vuurde Denys zijn pistool leeg en poogde de zieltogende feldgendarm in huis te sleuren toen plots 4 gendarmen op het toneel verschenen. Vader en zoon vluchtten weg langs de achterdeur, nagezeten en beschoten door de Duitsers. Andre Denys kreeg een kogel in de hiel. Enkele tijd nadien was het huis omsingeld en alle inwoners van de straat moesten buiten hun huis op de stoep. De burgemeester Byttebier werd erbij gehaald en pleitte voor de onschuldige bewoners, de gijzelaars mochten naar huis. 's Anderendaags was het natuurlijk een toeloop van volk naar het huis Denys. De woning van de familie Denys werd met balen stro omringd en nog dezelfde namiddag in de lucht geblazen."

Nog een fragment, op bladzijde 81, trekt mijn aandacht, de oorlog is voorbij ...:

"Op een bepaald ogenblik werd gedreigd met de plundering van de gleiswarenwinkel van Michiel Byttebier, de huidige oorlogsburgemeester die nergens meer te bespeuren was. Dit was voor de mannen van de weerstand een brug te ver. Ze lanceerden een oproep om jonge mannen in hun rangen te krijgen en geplande wandaden te verijdelen. Ik zelf heb dan ook aan deze oproep beantwoord. 's Avonds om 6 u moest ik mij aanmelden aan de winkel van de firma Byttebier. Daar ik tot hier toe nog nooit enig wapen in handen had gekregen, werden mij de eerste schietlessen gegeven met een geweer; Ik werd aangeduid om de nachtwacht te houden in de winkel van de burgemeester wat mij heel onwennig overkwam. 's Morgens werden wij binnengeroepen door mevrouw Byttebier die ons met plezier een tas koffie aanbood uit wederdank omdat wij wellicht haar winkel hadden gevrijwaard van plundering of andere wandaden. 's Anderendaags werd ons gemeld dat mijnheer Byttebier ergens was opgedoken en dat de verdere bewaking van zijn winkel niet meer nodig was. Ik  ben naar huis getrokken en was heel tevreden dat ook dit avontuur achter de rug was."

Het tweede boek dat Renaat voor mij in petto had beschrijft de geschiedenis van het vliegveld Bissegem-Wevelgem. Het boek had hij bekomen van ons tante Cecile, zus van mijn moeder. Hun vader, Maurits Degroote, was een tijdje tewerkgesteld op het vliegveld, vandaar de interesse ...
   


Terloops verwijs ik hier graag ook naar een ander werkje dat een stukje Wevelgemse geschiedenis beschrijft. Bernard Langedock was zo vriendelijk mij een tijdje geleden een exemplaar toe te sturen. Auteurs: Philippe Haeyaert, Bernard Langedock en Pol Vandesteene.


En er ligt nog leeswerk op de boekenplank.

Jan Bevernage overhandigde me het eindwerk uit 2015 van zijn broer Geert dat hij als gids in de Leiestreek had moeten maken. Het wordt een wandeling vanaf het stationsgebouw naar de vroegere wasserij Bevernage op de Wijnberghoek, met de interessante geschiedenis van die twee gebouwen.

Het gebeurde allemaal in die week in het vaderland.